Categories
muziq

Tempo

“Tempo” van Anthony Red Rose is een van mijn favoriete dancehallnummers, en waarschijnlijk het nummer dat het meest van alle op verschillende mixteepjes van mij voor andere mensen terecht is gekomen. Alleen al voor mijn schatje heb ik het over de periode van zeg tien jaar (mijn schatje en ik gaan weg terug, zie ook hier) zeker vier keer opgenomen.

In 1993 kocht ik een verzamelaar van Island Records, “Tougher than Tough – The History of Jamaican Music”, daar staat het nummer op, maar ik wilde hem eigenlijk op vinyl hebben. Een paar jaar later, toen ik in Spanje woonde en mij in het Madrileense nachtleven bezighield met het draaien van jungleplaatjes, kwam op het label Congo Natty de track “Fever” uit van Tribe Of Issachar (een alias overigens van Congo Natty-oprichter Rebel MC, kent u hem nog?). De zanglijn daarvan was geënt op “Tempo”, en de drang om Anthony Red Rose’s pareltje te vinden op vinyl werd groter dan ooit. Immers, zou het niet fantastisch wezen om “Fever” en “Tempo” op kundige wijze aan dan wel met elkaar te mixen? Daarmee tegelijk de stuiterende jongeren op de dansvloer een in mijn ogen enorme dienst bewijzend door hen de wortels te laten horen van het junglehitje waar zij wekelijks emmers zweet op wegdansten?
Vond ik wel. Maar daar moest ik dus wel het vinyl voor hebben. Want de cd draaien, dat kon eenvoudigweg niet. Niet in een club. In een club hoor je met vinyl te draaien.

Iedere platenwinkel waar ik kwam, altijd vroeg ik of ze “Tempo” op vinyl hadden. 7″, 12″, verzamelalbum, whatever. Meestal had men nog nooit van het nummer gehoord, en in de reggaewinkeltjes was het antwoord steevast “maar wel op cd”. Zelfs in Londen.
Laatst was ik er weer eens. Ik liep Sounds of the Universe binnen, de winkel waar labeltweeling Universal Sounds en SoulJazz zijn thuisbasis heeft. Ik was al aan het afrekenen toen ik de man achter de toonbank maar weer eens de vraag stelde.
“Nou”, zei hij, “toevallig staat het op een nieuwe verzamelaar die we volgende maand gaan uitbrengen.” Hij overhandigde me een flyer waarop de komst van de verzamelaar in kwestie stond aangekondigd.
Mijn hart maakte een sprongetje van vreugde, maar tegelijk besefte ik dat als de verzamelaar uit zou zijn, iedereen het nummer zou kunnen hebben, en dus ook draaien. Daarbij overigens volkomen voorbijgaand aan het feit dat iedereen het al kán draaien, omdat iedereen tegenwoordig met cd’s draait, de heaumeaux. Maar goed. Toch een piepklein minpuntje. Zo’n zeikerd ben ik.

Gisteren liep ik bij FatKat binnen en daar lagen ze: deel een en twee van “Dynamite! Dancehall Style”, met daarop Anthony Red Rose’s “Tempo”. Ik ben inmiddels over mijn snobistische teleurstellinkje heen en heb ze natuurlijk gewoon gekocht. Extraspeciale bonus is dat ook Shineheads versie van “Billie Jean” erop staat, die zocht ik ook nog.

Anthony Red Rose – Tempo
[audio:http://chezlubacov.org/audio/redrose-tempo.mp3]
Tribe Of Issachar feat. Peter Bouncer – Fever [Defending Souljah] (check dat knisperend haardvuurtje op de achtergrond!)
[audio:http://chezlubacov.org/audio/fever.mp3]
Shinehead – Billie Jean
[audio:http://chezlubacov.org/audio/shinehead-bj.mp3]

Categories
muziq

zonder titel

titel: zonder titel
file: mp3 57 MB
duration: 61 minuten

tracks:
Platinum Pied Pipers – Your Day Is Done [Triple P, Ubiquity 2005]
Sa-Ra Creative Partners – Glorious [Glorious, ABB Soul 2004]
The Herbaliser feat. Jean Grae – Twice Around [Take London, Ninja Tune 2005]
RedNose Distrikt – Benny Soup [Denk Ik, Kinnus Boeckoff Records 2005]
Amp Fiddler – Love and War [Love and War EP, Genuine 2003]
Henrik Schwarz – Leave My Head Alone Brain [Leave My Head Alone Brain, Sunday Music 2005]
Lindstrøm – There’s a Drink in My Bedroom and I Need a Hot Lady [There’s a Drink in My Bedroom and I Need a Hot Lady, Feedelity 2005]
Chicken Lips – Sweet Cow (Version) [Sweet Cow, Kingsize 2005]
The Juan Maclean – Tito’s Way [Less than Human, DFA 2005]
Tubbs feat. Dallas – NWOL (Atlantic Conveyor Redemption Dub) [New Way of Life, Exceptional 2005]
Super T. – West Bound D Train [West Bound D Train, Wackies 2004]

Platinum Pied Pipers – Your Day Is Done [site]
Saadiq en Waajeed (een van de oprichters van Slum Village) zijn lieverdjes van de nu-soulgemeenschap. Triple P is hun eerste album waarop een hele rits gastvocalisten meedoen. Hiphopbeats getrokken uit de vette kleigrond waarop de zwarte wijken van Detroit gebouwd zijn, een lome groove en gloedvolle zang zijn de hoofdingrediënten hier. Komend weekend op Lowlands, Pukkelpop en in Petrol in Antwerpen te bewonderen.

Sa-Ra Creative Partners – Glorious [site]
Nog zo’n gezelschap dat op de allerwarmste sympathie kan rekenen van hen die zich (zouden willen) bewegen in kringen rond Gilles Peterson, Kindred Spirits en dergelijke. Met een sound die zwaar beïnvloed is door P-funk houden ze de gemoederen sinds vorig jaar flink bezig, en na een paar singles is het al maanden wachten op hun eerste album, uit te komen op Ubqiuity. In de tussentijd kun je je verlekkeren aan de genoemde singles, de inmiddels allang niet meer op twee handen te tellen remixen en de op Tube Records uitgebrachte cd Dark Matter & Pornography Mixtape, waarop ze 46 nummers in een kleine 80 minuten proppen. Ik heb ze vorig jaar live gezien op een Kindred Spirits-avond in Paradiso, en hun podiumact was behalve muzikaal geweldig ook nog meer dan vermakelijk. En dat was dan nog zonder band.

The Herbaliser feat. Jean Grae – Twice Around [site]
Gevestigde namen binnen de Britse hiphop, en terecht. Take London is hun vijfde album (het mixalbum Herbal Blend niet meegerekend), waarop ze live instrumentatie aan inventieve, veelal uit films afkomstige samples koppelen. Live ook zeer goed. Anekdote: ik heb ze ooit in Madrid meegenomen op een rooftocht langs zowat alle tweedehandsplatenboeren in de stad. Na enkele uren liepen we met zes zware tassen vol met onwaarschijnlijk foute platen, een enorme serrano-ham en zeven verschillende soorten worst (“ik speel ook in een band die Meateaters heet”, vertelde frontman Jake) door de gloeiend hete straten.

RedNose Distrikt – Benny Soup [labelsite]
Steven de Peven en Aardvarck, plus een hele hoop gasten die de studio in en uit lopen en af en toe iets opnemen. Tot een paar jaar geleden zat Kid Sublime ook bij de kern, maar die is inmiddels zijn eigen weg gegaan. Op ‘Benny Soup’ doet Benny Sings mee, net als RedNose lid van de uitgebreide Rush Hour/Kindred Spirits-familie. Stoffig en loom is deze track, zoals ik ze het liefst hoor.

Amp Fiddler – Love and War [site]
Funkateer van jewelste, heeft gespeeld met iedereen van George Clinton tot Prince en Moodymann. Het wachten is op de opvolger van het licht geweldige Waltz of a Ghetto Fly, waar ‘Love and War’ ook op te vinden is.

Henrik Schwarz – Leave My Head Alone Brain [site]
Man oh man wat een fantastische single. Single van het jaar wat mij betreft, zelfs. Elke keer als ik het hoor heb ik het gevoel alsof ik naar de opname van het een of andere legendarische optreden van de een of andere legendarische funkerd zit te luisteren, zo een waarvan je weet dat je hem nooit meer zal kunnen zien omdat hij al jaren dood is, vermoord door een dictator of een halve gare op zoek naar poen voor zijn shot.

Lindstrøm – There’s a Drink in My Bedroom and I Need a Hot Lady [labelsite]
Het nieuwe Wunderkind in underground house-kringen. Samen met zijn vrindje Prins Thomas maar ook in zijn eentje poept hij deze dagen de ene na de andere release of remix uit, en er zit bijna geen slechte tussen. Hooguit een iets mindere, die dan nog steeds goed is. Hij houdt wel van een beetje gruizige disco en dub, wat dat betreft kan hij zo bij de Chicken Lipsen en Idjut Boysen van deze wereld geschaard worden. En die titel dan? Komische humor om te lache.

Chicken Lips – Sweet Cow (Version) [labelsite]
Als je het over de duvel hebt. Deze single is in drie versies uit, twee op 12″ met verschillende remixen (waaronder natuurlijk een van Lindstrøm, of wat dacht je?) en een 10″ met een extended en een dubversie van henzelf. Dit is de dubversie. Freaky discodub waar uw dienaar wel pap van lust.

The Juan Maclean – Tito’s Way [site]
Afkomstig van zijn eerste album Less than Human, lang niet zo bejubeld als zijn labelgenoten LCD Soundsystem maar onterecht imho. Kiest meer dan vergelijkbare bands als Out Hud en !!! voor de elektronica, maar zijn geluid is er niet minder organisch om. Lees de uitleg bij zijn album op zijn site (klik op ‘Radio’ en dan op ‘Juan player’).

Tubbs feat. Dallas – NWOL (Atlantic Conveyor Redemption Dub) [labelsite]
Tubbs is de helft van Atlantic Conveyor, die vorig jaar een werkelijk fantastische single (‘Nasty Things’, waarop vier totaal van elkaar verschillende nummers, en allemaal goed) uitbrachten op Untracked. Afkomstig uit Nieuw-Zeeland (hij werkte lang samen met DJ Mu van Fat Freddy’s Drop – de zanger op deze single, Dallas, is tevens vocalist bij die band) woont hij nu alweer een paar jaar in Londen.

Super T. – West Bound D Train [labelsite]
Dennis Browns klassieker dunnetjes overgedaan door een bad lieutenant uit Jamaica. Oorspronkelijk uit 1983, vorig jaar opnieuw uitgebracht (op 10″!) door het Basic Channel-sublabel Wackies.

Categories
muziq

Radio Lubacov

Lang geleden dat ik nog eens een Radio Lubacov-postje heb gedaan. Hoogste tijd voor een nieuwe dusch. Inclusief begeleidend schrijven, maak het mee!
61 minuten, van hiphop naar house en via disco naar reggae. Veel plezier ermee, zou ik zeggen.
tracks:
Platinum Pied Pipers – Your Day Is Done [Triple P, Ubiquity 2005]
Sa-Ra Creative Partners – Glorious [Glorious, ABB Soul 2004]
The Herbaliser feat. Jean Grae – Twice Around [Take London, Ninja Tune 2005]
RedNose Distrikt – Benny Soup [Denk Ik, Kinnus Boeckoff Records 2005]
Amp Fiddler – Love and War [Love and War EP, Genuine 2003]
Henrik Schwarz – Leave My Head Alone Brain [Leave My Head Alone Brain, Sunday Music 2005]
Lindstrøm – There’s a Drink in My Bedroom and I Need a Hot Lady [There’s a Drink in My Bedroom and I Need a Hot Lady, Feedelity 2005]
Chicken Lips – Sweet Cow (Version) [Sweet Cow, Kingsize 2005]
The Juan Maclean – Tito’s Way [Less than Human, DFA 2005]
Tubbs feat. Dallas – NWOL (Atlantic Conveyor Redemption Dub) [New Way of Life, Exceptional 2005]
Super T. – West Bound D Train [West Bound D Train, Wackies 2004]
stream mp3
download
Platinum Pied Pipers – Your Day Is Done [site]
Saadiq en Waajeed (een van de oprichters van Slum Village) zijn lieverdjes van de nu-soulgemeenschap. Triple P is hun eerste album waarop een hele rits gastvocalisten meedoen. Hiphopbeats getrokken uit de vette kleigrond waarop de zwarte wijken van Detroit gebouwd zijn, een lome groove en gloedvolle zang zijn de hoofdingrediënten hier. Komend weekend op Lowlands, Pukkelpop en in Petrol in Antwerpen te bewonderen.
Sa-Ra Creative Partners – Glorious [site]
Nog zo’n gezelschap dat op de allerwarmste sympathie kan rekenen van hen die zich (zouden willen) bewegen in kringen rond Gilles Peterson, Kindred Spirits en dergelijke. Met een sound die zwaar beïnvloed is door P-funk houden ze de gemoederen sinds vorig jaar flink bezig, en na een paar singles is het al maanden wachten op hun eerste album, uit te komen op Ubqiuity. In de tussentijd kun je je verlekkeren aan de genoemde singles, de inmiddels allang niet meer op twee handen te tellen remixen en de op Tube Records uitgebrachte cd Dark Matter & Pornography Mixtape, waarop ze 46 nummers in een kleine 80 minuten proppen. Ik heb ze vorig jaar live gezien op een Kindred Spirits-avond in Paradiso, en hun podiumact was behalve muzikaal geweldig ook nog meer dan vermakelijk. En dat was dan nog zonder band.
The Herbaliser feat. Jean Grae – Twice Around [site]
Gevestigde namen binnen de Britse hiphop, en terecht. Take London is hun vijfde album (het mixalbum Herbal Blend niet meegerekend), waarop ze live instrumentatie aan inventieve, veelal uit films afkomstige samples koppelen. Live ook zeer goed. Anekdote: ik heb ze ooit in Madrid meegenomen op een rooftocht langs zowat alle tweedehandsplatenboeren in de stad. Na enkele uren liepen we met zes zware tassen vol met onwaarschijnlijk foute platen, een enorme serrano-ham en zeven verschillende soorten worst (“ik speel ook in een band die Meateaters heet”, vertelde frontman Jake) door de gloeiend hete straten.
RedNose Distrikt – Benny Soup [labelsite]
Steven de Peven en Aardvarck, plus een hele hoop gasten die de studio in en uit lopen en af en toe iets opnemen. Tot een paar jaar geleden zat Kid Sublime ook bij de kern, maar die is inmiddels zijn eigen weg gegaan. Op ‘Benny Soup’ doet Benny Sings mee, net als RedNose lid van de uitgebreide Rush Hour/Kindred Spirits-familie. Stoffig en loom is deze track, zoals ik ze het liefst hoor.
Amp Fiddler – Love and War [site]
Funkateer van jewelste, heeft gespeeld met iedereen van George Clinton tot Prince en Moodymann. Het wachten is op de opvolger van het licht geweldige Waltz of a Ghetto Fly, waar ‘Love and War’ ook op te vinden is.
Henrik Schwarz – Leave My Head Alone Brain [site]
Man oh man wat een fantastische single. Single van het jaar wat mij betreft, zelfs. Elke keer als ik het hoor heb ik het gevoel alsof ik naar de opname van het een of andere legendarische optreden van de een of andere legendarische funkerd zit te luisteren, zo een waarvan je weet dat je hem nooit meer zal kunnen zien omdat hij al jaren dood is, vermoord door een dictator of een halve gare op zoek naar poen voor zijn shot.
Lindstrøm – There’s a Drink in My Bedroom and I Need a Hot Lady [labelsite]
Het nieuwe Wunderkind in underground house-kringen. Samen met zijn vrindje Prins Thomas maar ook in zijn eentje poept hij deze dagen de ene na de andere release of remix uit, en er zit bijna geen slechte tussen. Hooguit een iets mindere, die dan nog steeds goed is. Hij houdt wel van een beetje gruizige disco en dub, wat dat betreft kan hij zo bij de Chicken Lipsen en Idjut Boysen van deze wereld geschaard worden. En die titel dan? Komische humor om te lache.
Chicken Lips – Sweet Cow (Version) [labelsite]
Als je het over de duvel hebt. Deze single is in drie versies uit, twee op 12″ met verschillende remixen (waaronder natuurlijk een van Lindstrøm, of wat dacht je?) en een 10″ met een extended en een dubversie van henzelf. Dit is de dubversie. Freaky discodub waar uw dienaar wel pap van lust.
The Juan Maclean – Tito’s Way [site]
Afkomstig van zijn eerste album Less than Human, lang niet zo bejubeld als zijn labelgenoten LCD Soundsystem maar onterecht imho. Kiest meer dan vergelijkbare bands als Out Hud en !!! voor de elektronica, maar zijn geluid is er niet minder organisch om. Lees de uitleg bij zijn album op zijn site (klik op ‘Radio’ en dan op ‘Juan player’).
Tubbs feat. Dallas – NWOL (Atlantic Conveyor Redemption Dub) [labelsite]
Tubbs is de helft van Atlantic Conveyor, die vorig jaar een werkelijk fantastische single (‘Nasty Things’, waarop vier totaal van elkaar verschillende nummers, en allemaal goed) uitbrachten op Untracked. Afkomstig uit Nieuw-Zeeland (hij werkte lang samen met DJ Mu van Fat Freddy’s Drop – de zanger op deze single, Dallas, is tevens vocalist bij die band) woont hij nu alweer een paar jaar in Londen.
Super T. – West Bound D Train [labelsite]
Dennis Browns klassieker dunnetjes overgedaan door een bad lieutenant uit Jamaica. Oorspronkelijk uit 1983, vorig jaar opnieuw uitgebracht (op 10″!) door het Basic Channel-sublabel Wackies.

Categories
muziq schrijfsels

Sonic Youth, of laatste dagen van een vervelende puber

[artikel voor Dagblad De Limburger, 1995]
De dagen van de schoolkrant, dát waren nog eens tijden! Vijftien, zestien jaar waren we, en we konden schrijven wat we wilden (bij de gratie des rectors, natuurlijk), niemand las het ding.
Muziek, daar schreven we over, en dan vooral zo obscuur mogelijk, want er was geen lol te beleven aan bands die bij meer dan tien personen op het schoolplein bekend waren. Throbbing Gristle, Scraping Foetus Off The Wheel, Coil, Dead Kennedys, Swans, ze stonden allemaal op de schooltas, in puntige letters liefst. En Sonic Youth natuurlijk, onze goden uit New York.

Voor een katholieke school had de onze af en toe best iets progressiefs, zoals een discjockey tijdens de lunchpauze. Per periode (van drie maanden) konden vijf leerlingen DJ spelen in de middagpauze, en we hadden ervoor gezorgd dat er in elke periode wel eentje van ons groepje tussen zat, voor de broodnodige afwisseling tussen al het Samantha Fox- en Rick Astley-geweld. We draaiden wat we leuk vonden, en we kickten op het geluid van schuivende stoelen van leerlingen die walgend naar buiten renden om daar hun lunch te verorberen, weer of geen weer. We probeerden zo ver mogelijk te gaan, om de belangstelling te wekken van meisjes die wel een beetje kickten op die “vreemde vogels”, maar vooral om bewondering te oogsten van onze eigen maatjes. Foetus, Joy Division, Sex Pistols – lunchende leerlingen wierpen kwade blikken naar de DJ en wij sloegen elkaar lachend op de schouders. Het absolute hoogtepunt kwam de dag dat een van de onzen Sonic Youth’s ‘Death Valley ’69’ loeihard door de kantine joeg. “You’re right, you’re right,” kermde gastvocaliste Lydia Lunch in de microfoon, terwijl de kantinebeheerder witheet richting draaitafel rende. Zijn lippen lazen “Zet áf die rotherrie!” en met een mengeling van verontwaardiging en triomf wist ik het: Sonic Youth was het helemaal.

Bad Moon Rising was de eerste LP van Sonic Youth die zich in mijn verzameling nestelde, en het is tot de dag van vandaag nog steeds de plaat die me het meest raakt. Vanaf het onheilspellende intro op kant A tot de geile hysterie van het laatste nummer op kant B, het eerder genoemde ‘Death Valley ’69’, koude rillingen kreeg ik ervan. Die pompende machines, dat geluid van stinkende fabrieken, je kon de rook in je ogen voelen prikken terwijl Kim Gordon zachtjes in je oor fluisterde. Naar aanleiding van Bad Moon Rising ging ik de eerdere platen van Sonic Youth luisteren. Vrienden die Sonic Youth, Confusion Is Sex en Kill Yr. Idols reeds in hun bezit hadden lieten me horen hoe ver een gitaarband kan gaan, en ik kon m’n oren niet geloven. Nogmaals werd het gevoel dat ik destijds in de kantine op school had, bevestigd: dit móest wel de coolste band van de wereld zijn!

De verwarring was dan ook groot toen Evol uitkwam. O ja, het was nog steeds extreem, de gitaren klonken nog steeds alsof ze van Mars kwamen, maar dat openingsnummer ‘Tom Violence’, het leek verdomme wel een liedje!
En zo was het. De plaat markeerde wat nu de “afsluiting van de eerste periode” genoemd wordt. Vanaf dat moment was Sonic Youth “muzikaler”, poppier, hoewel dat woord nauwelijks van toepassing was op de gruizige herrie die hun muziek nog steeds was; er was melodie te horen in hun muziek. Maar ach, ze waren nou eenmaal de coolste band van de wereld, en op den duur wende het allemaal best wel. Bovendien scoorden we iets later een single van ze die ze opgenomen hadden onder de naam Ciccone Youth, waarop ze samen met Mike Watt Madonna’s ‘Into the Groove’ op, eh, grove manier onder handen hadden genomen, en alles was weer oké.

Nu, negen jaar later, realiseer ik me dat de New Yorkers mijn ogen geopend hebben over muziek in het algemeen. Het feit dat ze een nummer van Madonna coverden en van alle daken schreeuwden dat ze het zo’n goede song vonden, bracht mij in ieder geval aan het relativeren over wat “cool” was en wat niet. De muziek waar ik mee was opgegroeid verafschuwde ik destijds, omdat het gewoon not done was om de Jackson Five goed te vinden. Maar de Jackson Five lagen wat mij betreft veel dichter bij Madonna dan Sonic Youth. Achteraf gezien is dat natuurlijk ook maar de vraag, maar goed, toen nog niet. En als Sonic Youth Madonna goed vond, dan moest er toch iets positiefs aan dat mokkel te ontdekken zijn. En als Madonna goed gevonden werd, waarom dan Michael Jackson niet ook maar meteen? En zo redeneerde ik maar door, tot ik er uiteindelijk, na een een hoop slapeloze nachten en menig middagje bij de platenboer angstig om me heen kijkend of er geen vriendjes waren die me in de bakken zagen zoeken naar het nieuwste van de Chicago House Sound, toe kwam er voor uit te komen dat in elke muzieksoort wel iets goeds te vinden was. En dat allemaal dankzij Sonic Youth.

Ik mocht ze trouwens pas heel laat live aanschouwen. Ik weet het jaartal niet helemaal zeker, maar volgens mij was het ’88 of ’89 dat ik ze in (godbetert) Vredenburg op zag treden. Met Babes In Toyland in het voorprogramma. Dat was een magisch moment. Een bak gitaren op het podium, en ze gingen tekeer alsof er geen morgen zou komen. Thurston Moore en Lee Ranaldo waren het legendarische gebruik van schroevendraaiers en andere voorwerpen op de gitaar reeds ontgroeid, maar scheuren dat ze deden! Kim Gordon was twintig keer cooler dan dat we dat destijds vonden van Bobby Rossini als bassiste bij Claw Boys Claw, en Steve Shelley, de man die je bijna nooit hoort in de pers, bewerkte als een wilde zijn drumstel, wauw, koehoel!

Later heb ik ze nog vaak gezien, vooral op festivals, en iedere keer was het weer raak. Die euforie die ik voelde, dat gevoel dat er méér was, bij nummers als ‘Starpower’, ‘Catholic Block’ of ‘Teenage Riot’, dat voelde ik bij geen andere band.
Waarschijnlijk is Sonic Youth verantwoordelijk geweest voor de soundtrack van de puberjaren van duizenden, onder hen ongetwijfeld velen die minder irritant waren dan mijn vriendjes en ik. Het is geen nieuws dat de invloed van de New Yorkers onmetelijk groot is, in de jaren tachtig en nog steeds, en over de hele wereld. Ik woon nu in Spanje, en toen ik laatst in een van die wazige Madrileense nachten in een tent verzeild raakte met wat vrienden, en de DJ ‘Dirty Boots’ op de dansvloer gooide, zei iemand tegen me dat het besef dat niet alleen onze ouders met hun zestiger jaren, maar ook wíj zijn opgegroeid met klassiekers, hem af en toe in verwondering deed opkijken. Ik had het niet beter kunnen zeggen.