7-inch serie, deel 11 – The Aboriginals

Home   /   7-inch serie, deel 11 – The Aboriginals

The Aboriginals – Girl Meets Boy
label: Kelt
jaar: 1987
kant a 1: Girl Meets Boy
kant a 2:
Wales
kant b 1:
Alcohol
kant b 2:
Roll Away

Ik kan me nog een “interview” herinneren dat ik met dit viertal deed op Amsterdam FM, waar ik een programma presenteerde begin jaren negentig. Ik had me nauwelijks voorbereid, omdat ik het bij interviews altijd op het gesprek laat aankomen, erop vertrouwend dat de tongen vanzelf wel loskomen. Maar dan moet de geïnterviewde wel in een praatgrage bui zijn, en dat waren de vier niet, die middag. De moed was me al in de schoenen gezonken toen ze binnen waren gekomen. Meer dan een zuinig “hallo” en een zwak handje kon er niet af. Nu vond ik hun muziek leuk (ze hadden net hun debuutalbum uitgebracht) en Geert de bassist was een held, want ook bassist geweest bij Fatal Flowers (of hij toen al bij Claw Boys Claw, een andere favoriete band van me, zat, weet ik niet meer), dus ik hoopte toch dat het wel goed zou komen.

Maar het kwam niet goed. Hun zwijgzaamheid, of misschien was het wel verlegenheid, hoewel ik daar volgens mij geen aanleiding toe gaf, ik bedoel, ik was maar een broekie met een slecht beluisterd muziekprogramma op de lokale radio. Hun zwijgzaamheid dus, had op mijn gesprekopgangbrengend vermogen een verwoestende werking. Ik klapte dicht, en stelde alleen stomme vragen, type “hoe werken jullie in de studio?” of “hoe komen jullie songs tot stand?”. Precies de vragen waar ik eigenlijk een hekel aan heb omdat iedereen ze stelt, en dus niks toevoegen aan wat men al weten kan. De band werkte ook niet echt inspirerend, doordat de leden bij iedere vraag een spelletje “wie het eerste zijn mond opentrekt is een sukkel” deden, en de uiteindelijke sukkel van dienst deed zijn of haar uiterste best om zo min mogelijk woorden te gebruiken om een antwoord te formuleren.

Maar op dat moment gaf ik enkel mijzelf de schuld. Ik zweette peentjes achter de microfoon en mengtafel (want ik deed zelf de techniek). Tot overmaat van ramp zette ik het interne geluid van hun microfoons aan terwijl er een plaat speelde, om te horen wat ze zeiden tegen elkaar. Zij zaten namelijk in zo’n geluidsdicht aquarium, en ik zat aan de andere kant van het raam. En natuurlijk hoorde ik Marieke de toetseniste nog net zeggen “hij heeft helemaal niks voorbereid, dat is toch wel het minste wat je kunt doen als je een band gaat interviewen” of iets in die geest. Ik zette meteen dat knopje weer uit, kreeg een enorme boei en dacht “oh god ze zien mijn rooie kop en nu weten ze natuurlijk dat ik die microfoon aan heb gezet oh god oh god wanneer houdt dit op?”, waarna ik nog roder werd.

Enfin, dat was dus één doffe ellende. Het was de eerste keer dat me zoiets overkwam (niet de laatste) en ik heb me nog dagen vreselijk gevoeld, ik schaamde me dood. En ik vond het nog wel zo’n leuk bandje. Ik kwam ze later natuurlijk overal tegen bij optredens van andere bandjes in het Amsterdamse, en als ik ze dan groette kreeg ik een wat zurig “hallo” terug, met zo’n misprijzende blik erbij. “Jij bent die sukkel die het niet nodig vond je voor te bereiden op het interview dat je met ons deed. Lul, jullie medialui zijn allemaal hetzelfde. Mislukte muzikanten zijn jullie, die niets beters te doen hebben dan mensen die wel een noot kunnen spelen te kakken zetten, uit pure frustratie om je eigen falen. Loser.” Of ik dacht dat toch te lezen in hun ogen.

Over de band zelf is hoegenaamd niets terug te vinden op het interweb. Een biopagina zonder bio bij het NPI, wat releasedata op de site van Da Capo/Kelt en een vermelding op een playlist van Radio Mortale. Er is een meubelmakerij die de naam draagt van toetseniste Marieke Koet, en Bart Vleming (die op dit singeltje drumt, maar op de eerdergenoemde lp niet, en dus ook niet bij dat interview was) heeft later met Bob Fosko in Hakkûhbar gezeten en een liedje gemaakt voor de SP, en was bovendien Boom Boom Bart in de videofilm Vet Heftig – de video. Tenminste, ik denk dat dat dezelfde Bart Vleming is.

Als ik mijn vriend Frank niet gebeld had, zou ik niet geweten hebben dat The Aboriginals nog bestaan. Drummer Wouter Overhaus, die dus niet op dit singeltje drumt maar wel op het debuutalbum, en bijgevolg aanwezig was bij het interview, is namelijk de man achter Van Gog, waar Frank ook werkt. Frank vertelde me dat ze vorig jaar nog een cd hebben uitgebracht, en dat Nanne van der Linden nog altijd de zanger is, en Marieke de bassiste. Waarom is daar niks over te vinden op het net? Zelfs geen MySpace. Iederéén heeft toch een MySpace? Zelfs ík heb een MySpace.
Wat ik dan wel weer heel stoer vind. Twintig jaar bestaan als band en onvindbaar zijn in cyberspace. Het kán dus wel.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Tweet Tweet Tweet

Recently, Chez Lubacov

Gathering Dust

Categories