Het komt nooit meer goed

Home   /   Het komt nooit meer goed

“Het komt nooit meer goed!,” schreeuwde DJ1 in mijn oor. Hij pakte me bij mijn schouders, week iets terug en keek me triomfantelijk lachend aan. Zijn ogen waren bloeddoorlopen, zijn mondhoeken leken een uiterste inspanning te doen zo dicht mogelijk bij zijn oorlellen te komen. “Het komt nooit meer goed met jullie!,” schreeuwde hij nog eens.
Ik was ziek van de nederlaag en had geen zin om me te verweren. Het had toch geen zin. Al zes jaar ken ik DJ1, en iedere keer als we spreken komt het uiteindelijk op hetzelfde onderwerp uit: Nederlanders slecht, Belgen goed. Ik lachte maar wat en keek naar de lege dansvloer.
“Ik ga nog even in die andere zaal kijken,” schreeuwde ik in zijn oor. “Ik zie je zo.”
DJ1 stak zijn duimen omhoog en grijnsde. “Het komt nooit meer goed,” liplas ik nog maar eens.

“Het komt godverdoeme nooit meer goed met jullie he!” Zijn kwade stem weerkaatste tegen de gebouwen rondom ons. “Wat is dat hier! Zo behandel je je artiesten toch niet! Godverdoeme joeng!”
DJ1 had samen met de andere DJ een fles whiskey soldaat gemaakt tijdens het draaien. “That might have helped,” legde DJ2 lachend uit toen ik deze zei dat ik DJ1 nog nooit zo kwaad had gezien. Ik lachte terug, maar dacht aan de 100 kilometer snelweg die ik nog voor de boeg had. In DJ1’s auto.
“Godverdoeme joeng.” Hij scheurde de verkeerde straat in. De auto stopte, ging vervolgens in een razende vaart achteruit. Bijna zonder te stoppen schakelde hij weer en we schokten weer vooruit, nu de juiste weg op.

Langs het water was de stad op haar mooist, maar ik kreeg geen kans ervan te genieten. Hij reed 120. “Je mag hier maar 50 hoor, en ze controleren nogal hier,” probeerde ik boven de muziek uit te komen. Zijn blik bleef op de weg en hij zei niks. Nou ja, het was toch 5 uur ‘s ochtends, er was niemand op de weg en de politie slaapt ook op dit tijdstip, dacht ik.
“Dit vind ik zo’n fantastisch nummer,” riep DJ1 plotseling. PJ Harvey’s ‘Letter’ knalde uit de speakers. Goed geluidssysteem, voor een auto, dacht ik nog. Hij zette het volume op oerend hard. In zijn rechterhand hield hij zijn gsm, hij was aan het sms-en.

In zo’n grote auto merk je bijna niet dat je 170 rijdt, behalve als er wegenwerken bezig zijn en de rijbanen versmald zijn, en je zich wel aan de snelheidslimiet houdende auto’s met caravans rakelings passeert. Ik had nooit in die auto moeten stappen, dacht ik. Maar hij doet dit ieder weekend, dus hij zal wel weten wat hij doet, stelde ik mezelf gerust. Wonder boven wonder hielp het. Het brein kan rare dingen met een mens doen. DJ1 legde zijn hand op mijn knie. “Ça va, jongen, ça va,” zei hij geruststellend. Jezus, was het zo duidelijk? Een mietje, dat ben je, zei ik tegen mezelf.

Al sms-end bleef hij straf doorscheuren, met ‘Letter’ op repeat. Zo gaat de lol er ook wel af, dacht ik nog. We hebben een paar auto’s op een haar na gemist bij het inhalen. Hij reed harder dan alle anderen, dus we werden zelf nooit ingehaald. Gelukkig maar, want hij is geen moment binnen zijn rijvak gebleven.

Na drie kwartier kwamen we waar we zijn moesten. We stapten uit en DJ1 ging staan pissen in de bosjes. “Aaaaaaaaahh,” hoorde ik een paar keer. Hij deed er bijna vijf minuten over. “Aaaaaaaaaaah.” Zijn lul hing nog half uit zijn broek toen hij terug kwam lopen. Ik wees erop. Terwijl hij zijn kruis op orde bracht, bleef hij wankelend staan. Hij keek me met lodderige ogen aan.
“Dit is toch geen leven zo,” zei hij.

Tweet Tweet Tweet

Recently, Chez Lubacov

Gathering Dust

Categories