Scary monsters

Home   /   Scary monsters

Hij wist dat hij die nacht niet goed zou gaan slapen. Het was niet de eerste keer dat hij daar ging logeren, en de vorige keren was hij ook al stevig uit zijn slaap gehouden. Hij vervloekte zichzelf om zijn bangigheid, zijn onvermogen om normaal op dat soort dingen te reageren.
Maar hij wist ook dat er niets aan te doen was. Het beste was om gewoon een hele zware joint te roken zodat hij als een blok in slaap zou vallen; misschien dat hij dan niets zou merken.
In eerste instantie werkte het. De man met de hamer kwam langs en gaf hem een ongenadig harde klap op zijn hoofd – hij viel in een diepe, droomloze slaap.
Daar was het. Uit de verte, als uit een tunnel, kwam het besef en meteen daarop de pijn van de steek. Meteen zat hij rechtop, zijn hart bonkend in zijn keel. Het was aardedonker, maar hij wist wat er aan de hand was. Een gevoel van wanhoop bekroop hem. “Ik wil naar huis,” dacht hij, en “Waarom ben ik niet op de laatste trein gestapt, dan had ik nu rustig in mijn eigen bed gelegen.” Hij vloekte zachtjes. Hij vond zichzelf een mietje.
De pijn had een fractie van een seconde geduurd. “Het is meer de angst voor de schrik dan dat ik echt bang ben,” zei hij tegen zichzelf. Het was waar. Net als bij muizen, was hij gewoon bang om te schrikken.
Hij ging weer liggen. “Het zal niet voor het laatst zijn,” dacht hij, terwijl hij weer wegzonk in zijn slaap.
Het duurde een minuut. Opnieuw een korte steek in zijn voet, en hij zat meteen weer rechtop. “Verdomme.” Hij voelde zich machteloos, en de wanhoop sloeg opnieuw toe. Hij keek op de wekker. Half vier. Het was pas een half uur geleden dat hij de laatste rook van zijn joint had uitgeblazen. Nog vier uur, en zijn gastvrouw zou wakker worden. Hij twijfelde wat hij zou doen: wakker blijven of toch proberen te slapen.
Hij ging in kleermakerszit zitten, legde het hoofdkussen op zijn schoot en liet zijn hoofd hangen. “Dit wordt niks,” dacht hij, terwijl hij probeerde zijn bovenlichaam te ontspannen. Hij besloot achterover te gaan hangen. Dat was beter. Hij viel weer in slaap.
Opnieuw werd hij gewekt. Zijn knieën deden pijn. “Dat was te verwachten natuurlijk,” dacht hij. Voorzichtig strekte hij zijn benen, en even later stond hij op. Hij deed het kleine bureaulampje aan en keek om zich heen. Op het bed waar hij uit opgestaan lag een klein donker hoopje, aan het voeteneind. Hij stapte terug het bed in, voorzichtig. Het hoopje bewoog niet. Hij ging liggen, met zijn benen gestrekt. Het hoopje bleef stil. Na een paar minuten viel hij weer in slaap. Op de klok stond dat het vijf uur was.
Toen de gastvrouw beneden kwam werd hij wakker. “Goedemorgen,” zei ze.
“Hoi.”
“Heb je goed geslapen?”
“Mwoch.” Hij keek naar het voeteneind van zijn bed. Het hoopje was weg. “Waar is die kat?,” vroeg hij.
“Ik weet niet, ze zal wel buiten zijn.” De gastvrouw keek hem aan, en haar gezicht betrok. “Nee he?”
Hij voelde zich schuldig. “Ja, sorry, ik kan er ook niks aan doen.”
Ze lachte. “Je bent een schijterd,” zei ze.
Hij knikte. “Het is altijd hetzelfde als ik bij jullie slaap, ik kan er ook niks aan doen. Ik kan gewoon niet met die beesten om gaan.”
Hij besloot om niet te zeggen in wat voor positie hij had geslapen, om haar niet in verlegenheid te brengen, maar ook omdat hij zichzelf belachelijk vond.
“Ach, zo’n ramp was het niet, ik heb gewoon geslapen hoor,” zei hij, en hij dacht aan zijn bed thuis. Hij zou die avond vroeg gaan slapen.

Tweet Tweet Tweet

Recently, Chez Lubacov

Gathering Dust

Categories