Rare dag

Home   /   Rare dag

“‘t Is een rare dag vandaag”, zegt de magere man. “Vanochtend, het was negen uur en ik lag natuurlijk nog in mijn bed te rotten… wordt er gebeld. Ze vragen of ik Ruud Konings was, ik zo, ja, kom maar boven. Ik doe de voordeur open en wacht op geluid van mensen op de trap, maar ze kwamen met de lift. Ineens, die deur gaat open. Smeris. Ik schrok me rot. Maar ja, ik kon niks doen natuurlijk, dus, deur open, komt u binnen. Ik snel naar achter gelopen, alles even weggestopt. Weer terug, gaat u zitten, koffie? Nee dank u. Ja, en ik zat daar maar, wat doen die hier?”
De magere man kijkt me aan.
“Nou?”, vraag ik.
“Wat?”
“Nou, maak eens af? Waar kwamen ze voor?”
“Oh, ja, euh, een parkeerboete. En die honden, ja, we hebben daar gisteravond borden neergezet dat je daar niet mocht parkeren, maar ik weet zeker dat die er gisteravond niet stonden, die hebben ze vanochtend neergezet en dan slepen he. Maar ja, ik was zo geschrokken, ik zei niks. En dan intimideren he. Ja, u kunt nu een schikking aanvaarden van 50 euro, of de zaak voor laten komen en wie weet wat er dan gebeurt.”
“Klootzakken zijn het.” Ik spuug op de grond. Dat past mooi bij zo’n zinnetje.
“Afijn, die gasten weg, ik, fjoe, meteen naar achteren, jointje rollen. Even bijkomen. Dus ik ga op het internet, surf naar de vacature, ja, je moet toch wat he. Kom ik een cursus tegen voor geluidstechnicus. Een jaar met behoud van uitkering. Ik, joehoe! Meteen ingeschreven. Blij. Nog een jointje gerold om het te vieren. Lag ik daar lekker stoned, telefoon. Boze mevrouw van de elektriciteitsmaatschappij. Ik meteen wakker. Die mensen kunnen me zo kwaad maken. Ik betaal te laat, krijg ik herinneringskosten. Maar toen had ik al betaald. Dus ik ga die extra kosten niet betalen. Krijg ik herinneringen voor het niet betalen van de herinneringskosten, en die kosten moet ik ook nog betalen! Eenentwintig euro, dikke lul dat ik dat ga betalen. Vet hart voor ze. Boos! Dat mens schreeuwen, ik ook schreeuwen, allebei schreeuwen. Zegt ze wacht, ik geef u mijn chef. Ik, bring ’em on! Hahaha! Ik was op dreef. Die vent, die chef, hoge toon jongen. Én ú móet dít én ú móet dát. Ik, rustig aan meneer. Ik ben de klant, ik mag op u foeteren, en u bent de dienstverlenende partij, u moet dat slikken en uw mond houden, of in ieder geval niet schreeuwen. Hij nog kwaaier. Nog meer schreeuwen. Dus ik ook weer schreeuwen. Ik, mag ik uw naam. Jazeker mag u mijn naam, die en die. En de naam van uw superieur? Ja, toen werd het stil. De naam van uw superieur alstublieft, zeg ik. Hij zo, ja zo en zo, maar bel hem maar op, hij zal hetzelfde zeggen als ik. Want ik zou die eenentwintig euro maar betalen, anders weet ik niet wat er van komt he, dan worden die eenentwintig euro wel heel erg duur. De hond man! Gaat-‘ie dreigen! Die is gek! Dus ik, mooi, dan ga ik een klacht indienen, zo mag u klanten niet behandelen, dit is ongehoord! Die vent weer schreeuwen. Ik zo, luister, ik zo, luister man, kalmeer. Je kunt schreeuwen wat je wilt, ik zei al geen u meer, ik zo, je kunt schreeuwen wat je wilt, ik betaal die eenentwintig euro niet. Heb je een pen. Hij, blaah, blaaah, ik zo, meneer, menéér, heb je een pen? Hij zo, ja natuurlijk heb ik een pen. Ik zo, trek je shirt maar omhoog en schrijf maar op je buik die eenentwintig euro. Meteen opgehangen, hahaha!”
“Belde hij je niet meteen terug?”, vraag ik.
“Nee. Ja, ik heb de hoorn eraf gegooid, dus ik weet niet. Misschien wel. Godverdomme man, ik had hem wel door die hoorn willen trekken, zijn kop verbouwen, lul. En net, op weg hierheen, word ik gebeld op mijn gsm. Iemand die me een baan aanbiedt. Boekhouder.”
“En? Wat ga je doen? En die cursus?”, zeg ik. De magere man kijkt me verstoord aan.
“Ja, ik ben nog niet klahaar.” Hij haalt luidruchtig zijn neus op. “Ik zo, afhouden. Maar het leek wel of ze me per se wilde hebben, raar hoor. Ik heb wel eens wat boekhoudwerk gedaan, maar geen opleiding of zo. En meteen he, bent u flexibel? Ik zo, hoe bedoelt u, flexibel? Flexibel? Zij zo, ja, als er eens wat extra gedaan moet worden, dat u dan wat langer doorwerkt. Ik zo, ja, ik ben flexibel, als u daar dan ook iets flexibels tegenover stelt. Zij, ja natuurlijk. Ze zou terugbellen. Dus ik loop verder, fok, weer de telefoon. Zij weer. Nog geen minuut! Ik zo, ja, hallo? Zij, ja, nog eens met mij, sorry, ja, kunt u morgen komen voor een gesprek, twee uur? Ik zo, ja, morgen, donderdag? Okee. Zij zo, nee, morgen vrijdag. Ik zo, oei! De eerste indruk is alles zei ik. Zij lachen. Dus nu ga ik morgen op sollicitatiegesprek voor een baan waar ik niet op zit te wachten. Zal mij benieuwen.” Hij kijkt me ernstig aan.
“Rare dag man, vandaag.”
“Ja”, zeg ik, “rare dag.”

Tweet Tweet Tweet

Recently, Chez Lubacov

Gathering Dust

Categories