Sonic Youth, of laatste dagen van een vervelende puber

Home   /   Sonic Youth, of laatste dagen van een vervelende puber

[artikel voor Dagblad De Limburger, 1995]
De dagen van de schoolkrant, dát waren nog eens tijden! Vijftien, zestien jaar waren we, en we konden schrijven wat we wilden (bij de gratie des rectors, natuurlijk), niemand las het ding.
Muziek, daar schreven we over, en dan vooral zo obscuur mogelijk, want er was geen lol te beleven aan bands die bij meer dan tien personen op het schoolplein bekend waren. Throbbing Gristle, Scraping Foetus Off The Wheel, Coil, Dead Kennedys, Swans, ze stonden allemaal op de schooltas, in puntige letters liefst. En Sonic Youth natuurlijk, onze goden uit New York.

Voor een katholieke school had de onze af en toe best iets progressiefs, zoals een discjockey tijdens de lunchpauze. Per periode (van drie maanden) konden vijf leerlingen DJ spelen in de middagpauze, en we hadden ervoor gezorgd dat er in elke periode wel eentje van ons groepje tussen zat, voor de broodnodige afwisseling tussen al het Samantha Fox- en Rick Astley-geweld. We draaiden wat we leuk vonden, en we kickten op het geluid van schuivende stoelen van leerlingen die walgend naar buiten renden om daar hun lunch te verorberen, weer of geen weer. We probeerden zo ver mogelijk te gaan, om de belangstelling te wekken van meisjes die wel een beetje kickten op die “vreemde vogels”, maar vooral om bewondering te oogsten van onze eigen maatjes. Foetus, Joy Division, Sex Pistols – lunchende leerlingen wierpen kwade blikken naar de DJ en wij sloegen elkaar lachend op de schouders. Het absolute hoogtepunt kwam de dag dat een van de onzen Sonic Youth’s ‘Death Valley ’69’ loeihard door de kantine joeg. “You’re right, you’re right,” kermde gastvocaliste Lydia Lunch in de microfoon, terwijl de kantinebeheerder witheet richting draaitafel rende. Zijn lippen lazen “Zet áf die rotherrie!” en met een mengeling van verontwaardiging en triomf wist ik het: Sonic Youth was het helemaal.

Bad Moon Rising was de eerste LP van Sonic Youth die zich in mijn verzameling nestelde, en het is tot de dag van vandaag nog steeds de plaat die me het meest raakt. Vanaf het onheilspellende intro op kant A tot de geile hysterie van het laatste nummer op kant B, het eerder genoemde ‘Death Valley ’69’, koude rillingen kreeg ik ervan. Die pompende machines, dat geluid van stinkende fabrieken, je kon de rook in je ogen voelen prikken terwijl Kim Gordon zachtjes in je oor fluisterde. Naar aanleiding van Bad Moon Rising ging ik de eerdere platen van Sonic Youth luisteren. Vrienden die Sonic Youth, Confusion Is Sex en Kill Yr. Idols reeds in hun bezit hadden lieten me horen hoe ver een gitaarband kan gaan, en ik kon m’n oren niet geloven. Nogmaals werd het gevoel dat ik destijds in de kantine op school had, bevestigd: dit móest wel de coolste band van de wereld zijn!

De verwarring was dan ook groot toen Evol uitkwam. O ja, het was nog steeds extreem, de gitaren klonken nog steeds alsof ze van Mars kwamen, maar dat openingsnummer ‘Tom Violence’, het leek verdomme wel een liedje!
En zo was het. De plaat markeerde wat nu de “afsluiting van de eerste periode” genoemd wordt. Vanaf dat moment was Sonic Youth “muzikaler”, poppier, hoewel dat woord nauwelijks van toepassing was op de gruizige herrie die hun muziek nog steeds was; er was melodie te horen in hun muziek. Maar ach, ze waren nou eenmaal de coolste band van de wereld, en op den duur wende het allemaal best wel. Bovendien scoorden we iets later een single van ze die ze opgenomen hadden onder de naam Ciccone Youth, waarop ze samen met Mike Watt Madonna’s ‘Into the Groove’ op, eh, grove manier onder handen hadden genomen, en alles was weer oké.

Nu, negen jaar later, realiseer ik me dat de New Yorkers mijn ogen geopend hebben over muziek in het algemeen. Het feit dat ze een nummer van Madonna coverden en van alle daken schreeuwden dat ze het zo’n goede song vonden, bracht mij in ieder geval aan het relativeren over wat “cool” was en wat niet. De muziek waar ik mee was opgegroeid verafschuwde ik destijds, omdat het gewoon not done was om de Jackson Five goed te vinden. Maar de Jackson Five lagen wat mij betreft veel dichter bij Madonna dan Sonic Youth. Achteraf gezien is dat natuurlijk ook maar de vraag, maar goed, toen nog niet. En als Sonic Youth Madonna goed vond, dan moest er toch iets positiefs aan dat mokkel te ontdekken zijn. En als Madonna goed gevonden werd, waarom dan Michael Jackson niet ook maar meteen? En zo redeneerde ik maar door, tot ik er uiteindelijk, na een een hoop slapeloze nachten en menig middagje bij de platenboer angstig om me heen kijkend of er geen vriendjes waren die me in de bakken zagen zoeken naar het nieuwste van de Chicago House Sound, toe kwam er voor uit te komen dat in elke muzieksoort wel iets goeds te vinden was. En dat allemaal dankzij Sonic Youth.

Ik mocht ze trouwens pas heel laat live aanschouwen. Ik weet het jaartal niet helemaal zeker, maar volgens mij was het ’88 of ’89 dat ik ze in (godbetert) Vredenburg op zag treden. Met Babes In Toyland in het voorprogramma. Dat was een magisch moment. Een bak gitaren op het podium, en ze gingen tekeer alsof er geen morgen zou komen. Thurston Moore en Lee Ranaldo waren het legendarische gebruik van schroevendraaiers en andere voorwerpen op de gitaar reeds ontgroeid, maar scheuren dat ze deden! Kim Gordon was twintig keer cooler dan dat we dat destijds vonden van Bobby Rossini als bassiste bij Claw Boys Claw, en Steve Shelley, de man die je bijna nooit hoort in de pers, bewerkte als een wilde zijn drumstel, wauw, koehoel!

Later heb ik ze nog vaak gezien, vooral op festivals, en iedere keer was het weer raak. Die euforie die ik voelde, dat gevoel dat er méér was, bij nummers als ‘Starpower’, ‘Catholic Block’ of ‘Teenage Riot’, dat voelde ik bij geen andere band.
Waarschijnlijk is Sonic Youth verantwoordelijk geweest voor de soundtrack van de puberjaren van duizenden, onder hen ongetwijfeld velen die minder irritant waren dan mijn vriendjes en ik. Het is geen nieuws dat de invloed van de New Yorkers onmetelijk groot is, in de jaren tachtig en nog steeds, en over de hele wereld. Ik woon nu in Spanje, en toen ik laatst in een van die wazige Madrileense nachten in een tent verzeild raakte met wat vrienden, en de DJ ‘Dirty Boots’ op de dansvloer gooide, zei iemand tegen me dat het besef dat niet alleen onze ouders met hun zestiger jaren, maar ook wíj zijn opgegroeid met klassiekers, hem af en toe in verwondering deed opkijken. Ik had het niet beter kunnen zeggen.

Tweet Tweet Tweet

Recently, Chez Lubacov

Gathering Dust

Categories