pukkels

Home   /   pukkels

gisteren hiero geweest. we waren pas laat in kiewit, een uur of 7 [het festival was al begonnen om 1 uur], en we waren nog eens een uur kwijt aan een zoektocht naar een parkeerplaats die niet misstaan zou hebben in de tour de la belgique surréaliste.
zoals ik al eerder berichtte had lien sonic vrijkaartjes geregeld. perskaarten en artiestenpassen, om precies te zijn. een een sticker voor de persparkeerplaats. we zagen een bord “press” staan, dus wij erheen. “nee, de persparking is een paar honderd meter verderop en dan naar rechts”. dankuwel, vriendelijke jongeman. een paar honderd meter verderop en dan rechts: “nee, de persparking is aan de overkant, honderd meter terugrijden en bij de kerk rechtsaf.” dankuwel vriendelijke mevrouw. honderd met terug en bij de kerk rechtsaf: “nee, de persparking is honderd meter verderop, rechtsaf.” dankuwel, vriendelijke jongedame. honderd meter verderop, rechtsaf: “nee, deze parking is volzet [da’s belgs voor ‘vol’ – luba], maar over vijftig meter is er nog een.” zucht en dankuwel vriendelijke meneer. vijftig meter verderop: “persparking? ehm, die politiemannen aan de overkant weten dat wel, denk ik.” z-z-u-u-c-h-t en nou ja, dankuwel, vriendelijke jongedame. de politiemannen aan de overkant: “ah ja, de persparking, da’s honderd meter verderop en dan rechts en dan meteen weer links.” fijn, dankuwel vriendelijke politemeneer. honder meterd verderop en dan rechts bleek de eerste plek te zijn, waar we het bord “press” gezien hadden. dit keer besloten we niet te vragen maar gewoon langs het olijke trio in oranje hesjes te rijden en dan linksaf te slaan. “privaat” stond er heel groot. off-limits dus. we besloten voor het avontuur te gaan en in plaats van terug naar de hoofdweg te rijden, de andere richting op te gaan en zien waar we uitkwamen. in de file voor een spoorwegovergang. maar aan het einde van de weg, waar niemand was, een bordje “artists”. daarin dan maar. meer oranje hesjes. “nee, dit is alleen voor artiesten, maar over honderd meter kunt u naar links, en dan moet u vragen of u bij de kinderboerderij mag staan, daar is nog wel plaats.” dankuwel, vriendelijke mevrouw. over honderd meter naar links: “ja, die kinderboerderij is honderd meter verderop, probeer het maar, maar ik kan u niet verzekeren dat er plaats is.” dankuwel, vriendelijke juffrouw. honderd meter verderop: “kinderboerderij? ja, misschien moeten we eens gaan vragen waar die kinderboerderij is, want er komen hier wel meer mensen vragen of ze daar mogen staan. maar de kinderboerderij is nergens te vinden. en hier mag u niet staan, dit is alleen voor medewerkers van het festival, sorry.” okee, dankuwel vriendelijke dame. we reden door, en kwamen weer bij de post waar men ons eerder richting de kerk had verwezen. we staken de autoweg over en kwamen in de file. na een tijdje kwamen we bij een parking, waar we eerder ook al geweest waren. dit keer rijden we gewoon dat veld op, kan ons niet schelen wie er allemaal komt roepen dat het volzet is. dachten we. met vier man versperden ze ons de weg. “nee meneer, deze parking is volzet, u mag hier niet in, neeneenee.” “maar dit is toch de persparking, hoe kan die nou vol staan? zoveel journalisten komen hier toch niet?” “ja, maar de mensen die voor het festival betalen gaan voor, dat snapt u toch wel meneer?” hij kijkt me vaderlijk aan, zijn blik begrip verradend voor mijn ongeloof om wat ik net gehoord heb. “weet u wat u het beste doet? driehonderd meter verderop is een viaduct, daar gaat u overheen, en dan bij de tweede [stop]lichten gaat u links of rechts. daar zijn woonwijken, kunt u daar parkeren, hoeft u niets te betalen, en het is echt niet zo ver van het festival.” ja, dankuwel. godgloeiende godver, daar ga je dan met je perskaart. dammadoen dan?
uiteindelijk dus geparkeerd in een woonwijk, toch best een beetje ver van het festival maar niet onoverkomelijk. bij het hutje waar de persaccreditaties versatrekt werden leverde ik mijn vouchers in. “ehm, deze is alleen voor vrijdag, en deze voor vrijdag en zaterdag.” “oh, maar ik heb ook nog deze artiestenpassen, kijkt u eens.” de man keek me, ietwat bevreemd, van de kaarten naar mij en weer terug. “eh, ja, met deze komt u vandaag gewoon binnen, en met deze morgen. ik zal u een professioneel touwtje geven om ze aan te hangen.” hij lachte een beetje. de bands waar wij zogenaamd bijhoorden hadden natuurlijk allang gespeeld.
eenmaal binnen vonden we onze vrienden vrij snel, hoorden we nickelback-wat-een-kutband-is-dat-zeg beginnen, liepen we naar de dewaele brothers die inderdaad hun pseudoniem eer aan beginnen te doen: too many. twee te veel, om precies te zijn. snel naar akufen gerend, die zeer fijn bezig was. er waren wat technische problemen met uitvallende laptops en dergelijke, maar zijn tunes zijn toch wel erg goed hoor. ik vind het wel meer iets om naar te luisteren, dansen lukt me niet goed, kweenie precies waarom.
daarna naar het optreden dat ik gisteren, naast dat van akufen, het liefst wilde zien: jane’s addiction. god wat was dat f-f-fet zeg. oké, onze perry heeft een ouwe kop gekregen, maar hij kan het nog altijd. dave navarro is koeler dan koel en die gitaar van hem is all over the place. een groot geluid. het optreden was wat kort, en die pauze middenin de show vond ik maar niks, maar het was toch de moeite waard. en die heerlijke slappe festivalhamburgers waarvan het vet zo in je hals loopt als je er je tanden in zet doen alle parkeerperikelen op slag vergeten.

Posted in txt

Tweet Tweet Tweet

Recently, Chez Lubacov

Gathering Dust

Categories