Categories
schrijfsels

Overpeinzingen op reis deel 2

16 April 1992
Een minuut of wat geleden zijn we de Frans-Spaanse grens overgegaan. Toch altijd weer een spannend moment, die douanekontrole. Voor hetzelfde geld wordt die drie ton coke in m’n tas ontdekt en dan ben ik de lul. Voor G. een gedenkwaardig moment trouwens, die grensovergang, want de eerste keer in zijn nog prille leven. Het moment is ook vastgelegd op tape.

We staan nu alweer enkele minuten stil. Er is een persoon uitgestapt: de jongen die 90 gulden moest lappen bij het vertrek, en het lijkt erop dat er ook iemand is ingestapt, maar dat is een beetje onduidelijk. Nu wachten we ergens op en mensen in de bus vragen zich af op wie dan in ‘s herennaam. Het is dan ook ongeveer kwart over 4 ‘s ochtends.

Intussen dwalen mijn gedachten weer af. Naar E. Vreemd, maar ik kan haar niet uit m’n hoofd zetten. Naar Barcelona. De geur van de Spaanse vrouw, die nu 2 stoelen voor zichzelf heeft, dringt zich aan me op. “There are three things that smell of fish. One of them is fish.” Ach ja, menselijke geuren, men heeft ze niet voor het uitkiezen.

We zijn nu weer onderweg. Ik denk terug aan een paar jaar geleden, toen ik de weg Avignon-Barcelona liftend aflegde. Wat een hel. Na zes uur liften en lopen in de snikhete zon werd ik eindelijk meegenomen door een vervaarlijk uitziende Franse vrachtwagenchauffeur, type redneck, met Confederate Flag in de cabine, en een enorme Dirty Harry revolver die hij van onder mijn stoel haalde en onder de zijne legde. “Tegen lastige lifters” bulderde hij van het lachen. Toen hij via zijn bakkie collega’s vroeg of een van hen mij mee wilde nemen naar Spanje was er welgeteld een positief antwoord, dat van een vrouw die me wel mee zou nemen als ik haar de een of andere orale dienst wilde bewijzen als tegenprestatie. Uiteindelijk ging ik de Spaanse grens ging over met een wat oudere man in een bestelbus gevuld met jerrycans vol benzine en motoronderdelen. Bij Girona zette hij me af, en ik was op een parkeerplaats in slaap gevallen. Een paar uur later nam een Duitse trucker me mee naar Barcelona.

Zojuist ontbeten in Girona. Het is 6 uur ‘s ochtends. De zure jongen is Rotterdams, vandaar natuurlijk. Hij had er in Figueres uitgemoeten, zo’n 50 km. geleden. Nu mag hij op kosten van Iberbús met de trein terug. “Spanje hè”, waren zijn woorden ten afscheid. Ja, Spanje, heerlijk.

Vanochtend om ongeveer 8 uur zijn we in Barcelona aangekomen. De reis heeft 23 uur en drie kwartier geduurd. Achteraf niet zo lang als dat het tijdens de reis zelf leek.

Barcelona, ik kon het niet geloven. Toen we uitstapten werd ik overweldigd door een gevoel van geluk, opperste vreugde. Alsof ik een verloren gewaande liefde na jaren weer ontwaarde. Yeah!

We liepen naar het metrostation Poble Sec en reden naar het grote station Sants, om de bagage weg te zetten en de moeder van X te bellen. Dit laatste wilde maar niet lukken, en we besloten een taxi (een taxi!) te nemen naar Plaça Catalunya, om de boel wat te verkennen.

Inmiddels zitten we bij X., of liever, we liggen. In bed. Het ruikt naar chloor. De vloer is net gedweild. Helaas hebben we ons nog niet kunnen douchen, want in het bouwvallige appartement van X. is geen douche, noch wc. Het vergt enig aanpassingsvermogen (we kunnen voor 100 pesetas bij de sauna terecht) maar ach, zo lang we niet ruiken als die vrouw in de bus… God wat stonk dat mens, zeg, we hadden het er nog over. Het Brusselse meisje (een van de Franssprekende dames achter ons in de bus) had er om moeten lachen.

Ik ben doodop. G. slaapt al, en X. zit tv te kijken. Het is een aardige jongen. We hebben de godganschen dag gelopen, de bekende routes, Ramblas, Plaça Catalunya, Sagrada Familia en noem zo nog maar een paar naar toeristen stinkende plaatsen op. Ik denk dat ik zo ook nog even ga slapen. Het wordt nog een lange nacht.