Lowlands 1994

Home   /   Lowlands 1994

Lowlands 1994 werd in het Amsterdamse dagblad Het Parool een vlekkeloos festijn genoemd, dat de geschiedenis in zal gaan als het Kralingen van de Nix-generatie.
Waarschijnlijk had de krant gelijk.
Hoewel er voor mij persoonlijk zaken voorgevallen zijn die een dompertje op de feestvreugde vormden.
Allereerst kwamen wij, dat zijn mijn goede vriend Jeroen L., mijn vriendin Francien, een Bas en een Arnout, te laat op het festivalterrein aan om een van mijn favorieten, Helmet, nog te zien. Ik liep het veld op tijdens de eerste klanken van Morphine, die uit de grootste tent, voor de gelegenheid Alpha gedoopt, kwamen.
Ik wist niet dat die zouden spelen, maar Soundgarden was helaas uitgevallen, dus werd het programma wat aangepast. De man die het geheel in Alpha presenteerde, Willem Venema himself, bezwoer het publiek dat Morphine geen vervanger was van Soundgarden. Ik geloofde hem direct. Waarom deze band zo populair is, zal waarschijnlijk altijd een geheim blijven voor mij. Voor mij heeft dit combo niets extra’s, of het moest de sax zijn. Nou ja. Misschien hou ik wel helemaal niet van muziek.
Ik begaf mij dus richting de allerverste tent, Bravo, om daar verrast te worden door een schitterend optreden van Dread Zone. Loodzware dubklanken vermengd met stevige beats en een toefje ambient, GEEEEEIIIIIL!!!!
Hoog tijd voor zo’n fijn postzegeltje, gedrenkt in zuur, mij zo vriendelijk ter beschikking gesteld door vriend en goeroe Mark P. Ik liep naar tent Charlie, om te zien of daar nog iets interessants te beleven was, en onderweg passeerde ik Alpha weer, waar intussen Afghan Wigs bezig waren het verwende Nederlandse publiek te vermaken. Mijn verwachtingen over dit optreden waren niet al te hoog gespannen, daar ik ze op Pinkpop reeds heb mogen aanschouwen, waar naar mijn bescheiden mening bleek dat de Wigs beter tot hun recht komen in een zaaltje dan voor een publiek van enkele tienduizenden (cliché, cliché). En zie, wat mij betreft kon ook het op Lowlands getoonde niet opboksen tegen, pak ’em beet, Paradiso afgelopen voorjaar.
Na een tijdje had ik het wel gezien, dus vervolgde ik mijn weg naar Charlie. Maar wat ik hoorde was niet opgewassen tegen mijn hardnekkige vooroordeel over het programma in die tent, zoals ik het afgedrukt had zien staan in de prachtige Lowlands-special van het toonaangevende muziekblad OOR: te late en dus mislukte grunge-aftreksels. Dáár hoefde ik me de rest van de avond geen zorgen over te maken.
Ik liep een tijdje rond, en na een rondje keerde ik terug naar Alpha, waar Henry “Superman III, dat ben ik!” Rollins alweer klaar stond om de kinders in de kloten te schoppen. De acid was al behoorlijk aan het werk daar tussen mijn oren, en ik kan U vertellen meneer, dat is een vreemde gewaarwording, Thing op het podium tekeer zien gaan als was het de Dag Des Oordeels, met die wreed vervormde muziek die mijn hersens penetreerde en honderden kids om mij heen die alle kanten uitsprongen, en vooral dwars door mij heen. Een gevoel van gelukzaligheid drong tot mij door, dit is leven!
Gauw zweefde ik naar Bravo, waar ik nog net een stukje Quazar meekreeg. Ze hadden maar een half uurtje gespeeld, wel een beetje kort, maar ach, er draaide een goede DJ om de boel op te warmen voor het optreden van Darren Emerson en zijn vriendjes, die ook wel onder de naam Underworld opereren.
Ik danste vrolijk rond op de psychedelische houseklanken die uit de speakers basten, en de tent stroomde langzaam vol met lui van allerlei slag. Intussen werd het podium bevolkt door technici die de laatste hand legden aan het decor voor Underworld, en de dansers warmden zich op. Ik meende heer Emerson ook al op de planken te ontwaren, maar het kan ook mijn hallucinatie zijn geweest.
De show begon. Eerst bouwden ze de boel op, heeeel langzaam, met stukken uit de remixen van ‘Skyscraper’ en ander spul. Ongemerkt namen de heren ons mee naar boven, het was iets wat ik bijna niet uit kan leggen. De kombinatie van muziek, lichten en acid brachten bij mij een ongekende sensatie teweeg. Ik sloot de ogen en zag de meest fantastische dingen voorbijtrekken, of eigenlijk, ik zag ze niet voorbijtrekken, ik zat er midden in! Ik zweefde over oranje landschappen, ik bevond mezelf plots midden in Doom, het door mij en vriend Jeroen zo vaak en intensief gespeelde komputerspelletje waarin je een ontsnapte gevangene bent die met allerlei nazi’s en monsters en duivels moet afrekenen alvorens uit het gigantische komplex te kunnen komen. Natuurlijk was ik onsterfelijk in dit spel.
Als ik af en toe om me heen keek zag ik mannetjes met Offspring t-shirts aan net zo bedwelmd te keer gaan als de vele in hippiekleren gehulde meisjes. De ultieme samensmelting van muziekstijlen, dat was waar dit festival voor stond, zo werd mij op dat moment duidelijk. Het was gewèèèldig.
Toen Underworld klaar was ging de muziek zachter voor wat akrobatische groepen die achter in de tent acte de presence zouden geven. Daar heb ik, hoe ik ook zocht, niets van gezien, tenzij hetgeen ik zag wél echt was, en geen hallucinatie, zoals ik aannam. Ik liep naar buiten en genoot van de kleuren, de wolken, de lichten aan de overkant van het water, waar Walibi Flevo was, en vooral van de bomen, ook aan de overkant. Die bomen, die waren mooi zeg. Ondertussen werd de muziek weer opgepompt. Ik werd wreed wakkergemaakt door een 15-jarig kaal stuiterend mannetje dat mij XTC wilde verkopen. Nee, natuurlijk niet, gek, hahaha.
Later liep ik de Bravo tent weer in, maar de sfeer werd voor mij een beetje verziekt door alle dealers die daar hun spulletjes probeerden te slijten, en door de mensjes die daarop in gingen. Hoog tijd dus voor een rondje Alpha, waar vooral veel metal, grunge en hiphop (in die volgorde, van originaliteit was bij de heren DJ’s helaas geen sprake) werd gedraaid. Intussen was ik Jeroen tegengekomen, die alweer grotendeels bekomen was van zijn ruimtereisje. Hij had een halve trip en was bijna beneden, terwijl ik nog lang onderweg was met mijn volle. We liepen gezamenlijk door de tent en over het terrein, en Jeroen beweerde lachend dat mensen een hoop plezier aan mij beleefden terwijl ik daar over imaginaire maankraters en -stenen stapte. Een tijd later was ik Jeroen ineens kwijt, en ik liep naar de Pers/VIP-tent, ik had tenslotte niet voor niets zo’n gezellig fluorescerend oranje polsbandje gekregen. “Zo normaal mogelijk doen”, dacht ik toen ik op de portiers afliep, “straks denken ze nog dat ik iets geslikt heb ofzo”. Binnen trof ik Russell P., mijn vriend en kollega bij AFM. Russell was dronken, en zat aan tafel met Bambi B. en een andere juffrouw, heel erg pers te wezen. Ik schatte mijn kansen om La B. te kunnen penetreren die avond op nihil, dus het duurde niet lang of ik keek verveeld voor me uit. Russell liep al snel met me mee naar Alpha, waar we het weer op een dansen zetten.
Ik weet niet meer hoe we Jeroen weer tegen zijn gekomen, maar uiteindelijk kwamen we terecht in de uiterst droevige 24-uursbar, waar we ons vrolijk maakten over iedereen, en iedereen zich waarschijnlijk over ons. Tot vroeg in de ochtend (de zon kwam op) daasden we over het kampeerterrein, onzin uitbrakend (Russell had inmiddels ook kennisgemaakt met Mark P.’s idee van entertainment) en pogingen tot tentduiken ondernemend. Uiteindelijk heb ik nog wat geslapen.
Maar niet te lang, want om kwart over 1 de volgende dag was het Motorpsycho-tijd in Bravo. Opgetogen en na een stevig ontbijt liepen we die richting uit. Ondertussen was mij het vervelende gevoel bekropen dat ik de connectie met Francien verloren had, en in mij woedde een strijd tussen toegeven aan en teruggaan naar. Ik had haar gezien toen ik terugliep van de wastent. Ze had de nacht doorgebracht in de tent van Thomas, een zweedse vriend van haar die ze via Sushy in Amsterdam kende. Het zat niet goed. Niet dat die Thomas er iets mee te maken had, hoor, hoegenaamd niet. Maar ik twijfelde tussen mijn eigen gang gaan en het festival meer met haar doorbrengen. En diep in mijn hart wist ik dat ik voor het eerste zou kiezen. En dat Francien dat ook zou doen, want ik bespeurde ook bij haar twijfels.
Goed, Motorpsycho dus. We hadden iets zwaars verwacht, maar we hadden kunnen weten dat dat niet zo zou mogen zijn. Akoestisch, niks zwaar! En zo hoort het ook. Er werden een hoop nieuwe nummers gespeeld (“We’re kind of exciting in that way”, merkte zanger Bent scherp op), en ik vond ze mooi, ondanks het slechte geluid. Het irriteerde mij dan ook wat Bas later zei over die nieuwe nummers. Hij had net gezegd dat hij het niet zo goed vond, en ik stootte Jeroen aan. “Hoor je dat, hij kraakt Motorpsycho af, dood moet-ie, DOOOOOOD!!!” Waarop Bas meende te moeten opmerken dat hij ze niet afkraakte, hoor. Als hij ze af wilde kraken zou wel over de arrangementen en de komposities beginnen. De arrangementen en de komposities? Give me a break, man! Alsof die band je in je kloten wil raken met goede arrangementen en komposities! Ik vroeg Bas of hij dat soort Joe Satriani-praatjes voortaan niet in mijn bijzijn wilde spuien.
Na de koffie was het tijd voor de Genitorturers. Dat scheen nogal sensationeel te zijn, niet zozeer vanwege de muziek als wel door de live piercings, anale penetraties en andere mooie dingen die Here God onze Vader ons gegeven heeft om ons te vermaken in verloren nachten, die er op het podium plaats zouden vinden tijdens de shows. Ik begaf me in die richting, plaats van handeling was opnieuw Bravo, maar onderweg zag ik dat de weg nogal verstopt zat. Daar had ik niet zo’n zin in, dus Geni zou het zonder mij moeten stellen die dag. Dan maar Offspring, in Alpha. Vanwege mijn werk kan ik eigenlijk geen Epitaph meer horen, maar dat was ik vergeten toen ik de tent inliep. Niet voor lang echter! De band begon en meteen werd ik met de neus op de feiten gedrukt. Weg hier! was het motto. Terug naar de tent waar we koffie hadden gedronken. In Charlie was niet veel bijzonders aan de hand. Ik liep wat verloren rond, nog steeds met twijfels over het voortbestaan van de as Dave-Francien. Ik zag Darryll-Ann in Alpha beginnen, heb geprobeerd dat langer dan drie nummers uit te houden, maar ik haalde het net niet. Waarom is Darryll-Ann zo populair? Wat is er bijzonder aan die band? Wie het weet mag het zeggen. Ik ging in ieder geval naar Man Or Astroman? kijken, dat was een stuk amusanter. Ik zag daar ook die fijne mensen van Semaphore Nederland, Gerry en William en Lien en zelfs Joanna, die mij openbaarde dat zij haar fluorescerend oranje polsbandje voor mij had opgegeven, waarop ik, waarschijnlijk een uitvloeisel van de lovedrug, een andere verklaring heb ik niet voor deze geestelijke dwaling, een diepe genegenheid voor haar opvatte.
Ik liep daarna naar Alpha, waar ik dacht dat Gang Starr en Jeru the Damaja de boel aan het fokken zouden zijn. Helaas. Men was nog niet gearriveerd, en de schurken van de organisatie hadden Bettie Serveert wat naar voren gehaald, waardoor ik recht in de val liep. Kokhalzend rende ik de tent uit, naar Gorefest in Bravo.
Daar trof ik Gerry weer, die al aardig op z’n in verhouding tot zijn lichaam dunne beentjes stond te wiebelen. Gorefest maakte een hoop lawaai, waar Gerry en ik vreselijk om moesten lachen. Toen Gorefest afgelopen was zei Gerry “Nou ken je lache, als die lui uit die tent komen.” En inderdaad. De voltallige cast van de film ‘Freaks’ kwam naar buiten, paars en stoom uitslaand. Lache.
Terug naar Alpha, waar Gang Starr dan toch nog gekomen was. Het bleek voor de vierde keer een teleurstelling. De platen zijn zo goed, en dan maken ze er live weer zo’n ‘Wave your hand in tha air’-ding van, beschamend gewoon. Dit kon ik niet aanzien, en door ging het, naar de perstent. Daar was net een OOR-borrel gaande, en al mijn vrienden van de pers waren er. Voor de tweede keer die dag liep ik kokhalzend de tent uit, terug naar Bravo, waar African Headcharge net begon. In het begin vond ik het niet zó, maar gaandeweg begonnen ze de sfeer er goed in te krijgen. Ik had het weer naar m’n zin.
Later liep ik naar Alpha, waar G-Love & Special Sauce onverwachts optrad. Die stonden eigenlijk in Charlie, maar omdat Blur was uitgevallen (och, wat jammer nu) mochten ze in de grote tent. en dat deden ze aardig. Na een tijdje kon hun blueshop me niet zo heel erg meer boeien, maar ik denk dat we daar nog veel van zullen horen. In Charlie begon toen Sebadoh, maar ik strandde onderweg daarnaartoe in de vistent, waar William en zijn lieve vriendinnetje Sharon waren. We raakten maar weer eens aan de praat, en zo trok Sebadoh aan mij voorbij.
Het was al laat. In Bravo zou Transglobal Underground beginnen, en dat wilde ik wel eens zien. Russell was verliefd op de zangeres, die Natascha Atlas bleek te zijn, dat meisje van Jah Wobble’s ‘Bomba’. Transglobal Undergound boeide mij echter absoluut niet, wat ik wel jammer vond, maar goed, het leven is hard. Ik nam een postzegeltje tot me (‘voor straks’) en liep de tent uit. Weer trof ik William en Sharon, en ik was ook blij Francien tegen te komen. We gingen wat eten in de vistent, terwijl op de achtergond Arrested Development haar flauwe set af stond te draaien, en we hadden een hoop lol. In Charlie zou Dead Moon bijna beginnen, en William en Sharon liepen alvast daarheen. Ik had zo’n donkerbruin vermoeden dat Francien naar Eat Static in Bravo zou willen gaan. Ik wilde graag naar Dead Moon, en weer was daar die twijfel. Ik vroeg haar of ze naar Eat Static wilde, ze zei ja. Ik omheslde haar, voelde dat het goed was, en zei “Het klopte even niet hè?”. Na een tijdje zei ze “Nee het is okee zo, jij moet door met jouw leven, ik met het mijne”, en BAM daar was-ie, de klap in m’n gezicht. “Dit is het dan, nooit meer gelukkig zonder haar”, dacht ik. Ik kon wel janken.
Ik bracht haar naar Bravo, en liep verloren terug naar Charlie. Dead Moon kreeg mijn humeur weer wat omhoog. The koolest band in the world, dude, fuck Rage Against The Machine. Dat dacht ik toe ik ze zo bezig zag.
Die nacht was iets minder leuk dan de vorige, ik voelde me eenzaam. Jeroen was er ook al niet, die was al in de middag naar huis gegaan, voor een optreden van de Dogtroep, of all theatregroups. Ik lag al vroeg in de tent. De volgende ochtend zag ik Bartel B. optreden, met Philip Tilli. Wel leuk, niks speciaals. Toen die droplul van Prodigal Sons het podiumpje van de ontbijttent betrad spoedden Bas, Arnout en ik ons naar het festivalterrein. 35007/Loose zou spelen, zij het zonder zanger, want die zat op Kreta. Maar we waren te laat. Eigenlijk had ik helemaal geen zin meer om nog bands te zien. Ik liep naar Alpha, waar Quicksand optrad. Aan de zijkant van de tent was een grasveld, waar ik onze Alkmaarse vrienden trof. Ik besloot me met hun op te houden. we genoten van een verschrikkelijk hard (qua volume) Quicksand en een clown die mensen lastigviel op het terrein. Na Quicksand was Cypress Hill aan de beurt, en ik ging naar binnen. Uiteraard speelden de heren een gewonnen wedstrijd, en de vrolijke bijdrage van die gozer van Biohazard deed daar niets aan af. Terug bij mijn Semavrienden togen we naar de veggie-tent om te nassen. Van daaruit ging het richting Bravo, voor Victims Family, later op de dag. Onderweg stufften we ons nog met een pannekoek, en bij Bravo gingen we heerlijk in het gras liggen. Oasis speelde, maar dat klonk niet echt interessant. Toen Victims Family begon liepen we naar binnen. ik was overdonderd door deze band. Dat was nou een goed optreden, godverdomme! Opgetogen liep ik richting Alpha, waar ik, o rampspoed, Paradise Lost en de Lemonheads gemist had. Er begon iets, en ik liep naar binnen. Venema liep het podium op en kondigde een man aan met vele bijnamen, die zomaar bandjes begon en er dan weer mee ophield. Er begon nog niets bij me te dagen. Maar toen kwam het: “Maar als ik aan hem denk, dan zeg ik, een persoonlijke vriend, dames en heren: FRANK BLACK!!” En -zoeff- weg was ik, brrrrr. Gauw Pavement kijken, in Bravo. Dat was beter, gelukkig. Na dit optreden liep ik naar de vistent, waar (natuurlijk) William en Sharon waren, mijn visbakens in de duisternis. Weer aten we, en we besloten de laatste 3 bands allemaal een stukje te bekijken. Wat Biohazard betreft kwam daar niet zoveel van, maar ik betwijfel of we iets gemist hebben. We hielden ons op bij Bravo, waar de Levellers, ook één van mijn favoriete bands -NOT-, zou spelen. Gelukkig, ook dit vooroordeel werd weer bevestigd. Klotebèèènd!! Het toetje (the Reverend) zou alles wel goedmaken, ging ik maar van uit, terwijl Lien en William gek deden op de halfzachte folkrock van dat zootje nepcrusties. En William beweerde doodserieus dat de Levellers de beste muziek maakten op te dansen, wat hem betreft. Drank maakt meer kapot dan je lief is.
Gelukkig was hij het ook die als eerste voorstelde naar de Reverend Horton Heat te gaan kijken. Now that’s rock ‘n’ roll, dude! Goeie show was dat, en een waardige afsluiter ook, hoe onverwachts ook.
Na afloop had ik afgesproken bij de pizzatent met Bas en Arnout, waar ik m’n laatste 3 consumptiemunten à tweeëneenhalve gulden per stuk opmaakte aan wat waarschijnlijk de allersmerigste pizza was die ik in mijn hele pizza-karrière zal eten.
Toen ik hen had gevonden, liepen we terug naar de auto, nadat ik afscheid had genomen van mijn Semavrienden, en laadden de zooi in. Er bleken nog 7 man mee te gaan naar Amsterdam. Het waren van die jolige mensen, die “Hee joh, kijk eens niet zo somber” tegen je zeggen en “Nou zeg” als je ze daarna met vernietigende blik aankijkt. In Amsterdam zetten de heren me na een lange rit bij Jeroen af. Ik stapte uit, Arnout zei met een “Niet teveel nadenken” gedag en ik liep naar binnen. Het was voorbij.
[een persoonlijk verslag. ik weet niet meer waarom de inleiding qua toon zo haaks staat op de rest van het stuk.]

Tweet Tweet Tweet

Recently, Chez Lubacov

Gathering Dust

Categories