Categories
schrijfsels

Het spijt

Barcelona, 3 juli 1998
Hey J.,

Heb jij dat wel eens, spijt? Spijt van iets? “It’s better to regret something you have done, than to regret something you haven’t done”, Gibby Haines dixit. Maar je kunt natuurlijk spijt hebben van een slippertje (om maar wat te noemen), of van het niet-je-lul-in-je-broek-kunnen-houden. Zo schiet het natuurlijk niet op.

Ik had net F. aan de lijn. Het Spijt. Was dat een onderwerp van Koot en Bie, ooit? Het is nooit “uit” gegaan tussen haar en mij. Ik ben weggegaan, toen onze, eh, relatie, zich eigenlijk nog moest ontwikkelen. Zoals je weet zijn er sindsdien periodes geweest dat we geen contact hadden, maar toch zijn we altijd weer naar elkaar toe getrokken. Soms was dat leuk, voelde het goed, soms was het pijnlijk, zoals laatst in maart, waar mijn bezoek aan haar ter gelegenheid van heur verjaardag het begin van het einde betekende voor haar relatie met ene M. Hoewel, F., als ik het goed begrijp, begint het eind van heur relaties steevast als die beginnen. Maar dit terzijde.

Waarom dan? Omdat ik degene ben die haar zich “thuis” heeft doen voelen. En ik ben weggegaan. En iedereen die daarna kwam, heeft het moeten afleggen tegen Sint D., Hij Die Thuis Doet Voelen. Wiens schuld is dit nou? Is het mijn schuld, had ik moeten zeggen “F., vergeet het, jij en ik bestaat niet meer”? Ik betwijfel eerlijk gezegd of dat geholpen zou hebben. Had ik dan nooit meer van mij moeten laten horen? Is het haar schuld? Should she get a life? Is het iemand’s schuld? Ik weet het niet hoor.

Altijd als ik haar zie, is het alsof ik weer een nieuw antwoord weet op een van de omschrijvingen van het cryptogram uit de Volkskrant-op-zaterdag, waar ik al jaren mee bezig ben, en steeds wegleg, om er maanden later weer eens in te duiken. Behalve de laatste keer, in juni, is er nooit wat, eh, “gebeurd” tussen ons nadat het uit is gegaan. Maar dat heeft kwa gevoel nooit uitgemaakt.

Ik hou veel van haar. Nu is er weer zo’n periode van geen contact aangebroken. Maar ik zou het slecht verdragen als die lang zou duren. Op de één of andere manier staat mijn relatie met haar volledig buiten welke andere dan ook. Ik ben nu met A., en ik moet zeggen dat ik me daar ontzettend goed bij voel; A. is iemand met wie ik nooit uitgepraat raak, dat is met anderen wel eens anders geweest.

Waarschijnlijk is dat de fout die ik maak, F. op een ander plan plaatsen dan de rest. Ja, waarschijnlijk.

En daar lig ik nu, op de bank. In mijn eentje, want de meisjes zijn in Vigo. ‘s Ochtends word ik wakker met de smaak van dode muis in mijn mond en het (terug van weggeweest) gevoel dat ik een ontzettende loser ben. Ik heb vanmiddag voor het eerst sinds ik alleen woon (1987) mijn moeder om geld gevraagd, wat een vernedering. Natuurlijk vond ze het geen probleem, wat het nog zuurder maakte. Ik heb, zoals je zult hebben begrepen, nog immer geen werk gevonden, en jongen, wat knaagt dat. Een klein lichtje is een kans op een eervolle betrekking vanaf september, en een ander is het schrijven voor de bladen waar ik het eerder over had, die niks schuiven, maar die wel als eventuele springplank zouden kunnen dienen naar iets groters.

Verder heb ik wat cv’s uitgestuurd naar uitgeverijen om te vissen naar een vertaalbaantje, en staan voor de komende dagen enkele major labels op het programma.

Voorts hou ik mij onledig met surfen op het net, plaatjes luisteren, lezen, en af en toe wat getrek aan mijn plasser. Ik heb een opwindend leven.

Volgende week naar de Pyreneën, om mijn draaikunsten te vertonen op een soort Lowlands fest, maar dan met hele oubollige bands als Deep Purple, The Corrs, Bob Dylan en Slayer. Oh, en de Beastie Boys. Ik heb me ook nog het festival van Benicássim ingelikt, daar spelen dan weer wel leuke bandjes, Sonic Youth, PJ Harvey, Björk, BRA, Goldie, in de eerste week van augustus. Ach, het houdt je van de straat niewaar.

Okee J., tot zover. Ik moest het even kwijt.

Tot snel,

D.