Bookless: Music Junkie

Home   /   Bookless: Music Junkie

Bookless is schrijfster en muziekjunk te Madrid, Spanje, hoewel oorspronkelijk afkomstig uit México DF, Mexico. Op haar eigen website publiceert ze haar schrijfsels in haar eigen taal, hier op Chez Lubacov staan enkele vertalingen.

Mijn zus werkte ooit gedurende een maand bij McDonalds. Lang genoeg om uit te vinden wat “klotebaan” betekent. Als ze een muziekliefhebber geweest was, zoals ik, had ze bij Mix Up gewerkt. En als zij me niet verteld zou hebben over de gigantische hoeveelheden eten die ze bij McDonalds iedere avond in de vuilnisbak donderden in plaats van het aan een hongerige te geven, en als ik niet vegetariër was geweest, was ik daar gaan werken. Als je jong bent denk je meestal niet zo aan de toekomst, en als het moment daar is dat je naar de universiteit gaat, dan verveel je je of je stopt ermee, of je stopt er mee voordat je je verveelt. Ik deed het eerste, mijn zus het tweede. Van alle ongemakkelijke en ietwat verloren jongeren die ik in Mexico Stad ken, heeft 40% ooit bij McDonalds gewerkt, 10% bij Mix Up, terwijl de overige 50% op de bank voor de tv bleef hangen om stoned te worden achter de ruggen van hun ouders.

Om bij Mix Up te werken moest je een behoorlijk belachelijke muziekkennistest doen, met meerkeuzevragen. Dat was het theoriegedeelte. Het praktijkgedeelte was wat echt telde, dan kon men zien dat je niet afgekeken had. Eenmaal binnen, kon je tot twee groepen behoren: zij die niets van muziek wisten, dat ook niet wilden, en die de klanten voortdurend van het kastje naar de muur stuurden of erger, en zij die vochten om de muziek op te mogen zetten en die de klanten overspoelden met aanbevelingen terwijl de eerste groep het vuile en monotone werk van cd’s prijzen deed. Ik behoorde tot de tweede groep. Het was onvermijdelijk. Ik kwam makkelijk in contact met de freaks die tenminste één keer per week cd’s kwamen kopen, en ikzelf kocht in ieder geval iedere zaterdag een cd, als we de geweldige korting van 20% kregen. En ook al moesten we op zaterdag een uur langer werken, het was de beste dag van de week. Al het geld dat de winkel uitging in de vorm van mijn salaris, kwam dezelfde dag bijna integraal weer terug. Het was verschrikkelijk, deels omdat ze ons natuurlijk een absurd loon gaven, en deels omdat ik niet meer kon stoppen. Als je die ziekte eenmaal hebt is er geen genezing mogelijk, het is chronisch, en je moet ermee leren leven tot het einde der dagen.

Op een vrijdagmiddag vertelde Twisted, een heavy metalfan met afgeragde spijkerbroek en haar tot op zijn middel, over de “2 voor 1”-korting. Het was een niet geheel officiële korting, en slechts voorbehouden aan een selecte groep collega’s. Ze bestond uit het plaatsen van een cd-schijfje in de doos van een andere, daar dan het cellofaan omheen doen, prijzen en betalen, uiteraard inclusief de korting. Ik vond het in het begin maar niks, maar al snel overtuigde Queenie (PJ Harvey’s grootste fan) me van het tegendeel. Ze buitten ons uit en werden over onze ruggen rijk: “Weet jij wat een CD werkelijk kost? Niks! Met wat ze in een dag verkopen betalen ze ons allemaal…” De waarheid in haar woorden was zo groot dat ze nauwelijk in haar mond pasten. Maar het was ook waar dat niemand ons verplichtte daar te blijven, en als we een week vol Ricky Martin en Ace Of Base met het volume op 10 konden doorstaan, dan was dat omdat de drugs erg goedkoop voor ons waren. Op een goede dag echter was ook deze “korting” niet meer genoeg, en terwijl we een door mijn zus geleverd en door Ronald M. betaald Big Mac menu verorberden, dokterden we uit hoe we de 2 voor 1 aanbieding in iets groots konden veranderen. Nadat we lang hadden zitten beraadslagen, kwamen we tot de conclusie dat het bijna onmogelijk was om de barrière te omzeilen die de smerissen vormden die ons iedere avond voor het naar huis gaan in de gaten hielden. Ze kenden alle truukjes: dat van de vriend die langskomt met tassen van winkels uit de buurt (vol met goederen die hij zeker niet gekocht heeft), met de vraag om de betere techno, en bij wie je dan een paar CD’s in de tas laat vallen; dat van de lunchdoos met daarin een sandwich niet met kaas, noch ham, maar met de Pixies of de Sugarcubes; dat van de vuilnisbakken waarin CD’s zitten in plaats van vuilnis, klaar om geruild te worden voor kleren met de meisjes van Zara en Benetton, op de parkeerplaats; dat van de lege pizzadoos met vinylschijven erin…

Hen bedotten was een onmogelijke opgaaf, en omdat we ze niet konden verslaan, besloten we hen te infiltreren. Gedurende twee weken observeerden we hen en alles wat ze deden, één van ons volgde hen zelfs een paar keer buiten werktijd. Daarna begonnen we fase 2; we moesten vriendschap met ze sluiten op de één of andere manier. Maar het leek erop dat alle moeite voor niets was, hun afwijzing was totaal en onverbiddelijk. We besloten dat ik ingezet zou worden om contact te maken. Volgens hen was ik namelijk de meest sympathieke en had ik het uiterlijk van een dom kind, waardoor ik compleet onschadelijk was. In minder dan drie dagen kon ik de winkel uitlopen met mijn rugzak vol CD’s. De vrouw met wie ik vriendschap had gesloten kneep een oogje toe en iedereen was tevreden. We hadden allemaal onze begeerde 5 vinger-korting gekregen en ik werd “de kleine Corleone” genoemd.

Stukje bij beetje groeide mijn muziekcollectie, net als mijn schuldgevoel, hoewel dat iedere keer weer verdween als ik aan de magische woorden van Sofía dacht: “Het is als het weghalen van een haar bij een kat, ze hebben het niet eens in de gaten. Bovendien verdienen we het, want ze betalen ons een schijtloontje.” Maar de schijt waren wij zelf, een paar gore muziekjunkies die bovendien iedere dag een shot adrenaline nodig hadden. Ik moet bekennen dat hoewel ik in het begin slechts het idee geopperd had, ik steeds dieper zonk, net als onze geüniformeerde medeplichtige, die ook haar deel opeiste. En ze nam geen genoegen met zomaar wat CD’s, nee, ze vroeg om een Elvis box, een collector’s item. Ik weigerde, er waren maar twee exemplaren van in de winkel, als er één zou verdwijnen zou dat meteen opgemerkt worden. En toen gebeurde wat gebeuren moest: ik werd gepakt met een CD van Lydia Lunch die ik aan mijn broer cadeau wilde geven, en natuurlijk werd ik ontslagen. Er werd gelukkig geen aansluitend onderzoek ingesteld. Vier jaar later kwam ik opnieuw in aanraking met de politie, de Karma Politie die me twee inbrekers stuurde die ALLES wat ik had meenamen, inclusief de CD collectie; maar één ding was me duidelijk: vertrouw nooit op de politie, en ook niet op je mazzel.

Tweet Tweet Tweet

Recently, Chez Lubacov

Gathering Dust

Categories