schrijfsels: January 2004 Archief

De lift 1

28 January 2004 | | category: schrijfsels

Ik liep naar de onofficiële liftplaats bij de stoplichten op de President Kennedylaan. De echte liftplaats was de Utrechtsebrug over en ik had even geen zin om zo ver te lopen. Er stonden al een aantal lifters, dus in gedachten maakte ik toch de gang al naar de Utrechtsebrug. Eerst even proberen.
"sta je hier al lang?," vroeg ik de jongen met het bordje "Antwerpen" in zijn hand.
"Een paar uur," antwoordde hij met Vlaamse tongval. De moed zonk me in de schoenen. Ik moest naar Breda, dezelfde richting dus als de Vlaming. Ik liep een eindje van hem vandaan en zette mijn tas neer. Ik haalde mijn karton met "Breda" erop uit de tas en richtte me op. Ik keek recht in het gezicht van een dikke man met een mullet en gouden ringen in beide oren. Hij keek me olijk aan, zijn linkerarm losjes hangend uit het raampje van zijn witte Mercedes 500SEC. Naast hem zat een zonnebankbruine man met kort gepermanent haar en een bruine bontjas.
"Zo jongen, moet jij naar Breda?," klonk het in vet Amsterdams.
"Dat heeft u goed gelezen, ja," zei ik, me voorbereidend op een spervuur aan flauwe grappen, nog effe snel voor het stoplicht op groen ging.
"Na, stap maar in dan."
Ik kon mijn oren niet geloven. Nog geen minuut had het geduurd om een lift te krijgen. De Vlaming kwam aangespurt. "Hee, ik moet naar Antwerpen, kan ik niet mee tot aan Breda?"
De dikke bekeek hem van top tot teen. "Ben jij een Belg?"
De Vlaming stotterde verbaasd van ja.
"Da's nou jammer."
"M-maar..."
"Groen!," riep de dikke en hij gaf volgas. Ik keek achterom en zag de Vlaming tieren, zijn vuist in de lucht. De bruine bontjas keek ook. Hij lachte een vette lach. "Duizend bommen en granaten!," riep hij. "Gekke Belgen, die moet ik niet in m'n auto hoor." Hij knipoogde naar me. "Hoe heet jij?"
"Dave."
"Zo, hallo Dave. Ik ben Rinus, en hij hier heet Hannes."
Ik lachte, denkend dat hij een geintje maakte. De twee leken namelijk uit een slecht toneelstuk van het Theater van de Lach weggelopen met hun potsierlijke kledij en met goud behangen lichamen. De namen Rinus en Hannes moesten haast wel verzonnen zijn. Maar Rinus lachte niet. "Valt er iets te lachen?"
Ik haastte me om nee te zeggen, en de bontjas draaide zich weer om.
"Wat ga je doen in Breda?," vroeg Hannes.
Ik had afgesproken met een vriendin die mij wilde gebruiken voor een fotostudie, dus ik zei dat ik naar een afspraak moest.
"Met een wijf? Ga je met een wijffie afspreken?" Weer die vette lach, en ik lachte maar wat mee. "wat voor kleur haar heeft ze?"
"Rood," zei ik, en de twee begonnen te joelen.
"Wooooo! Hij heeft een afspraak met een rooie! Nou dan weet ik wel wat jij gaat doen jongen!"
Ik kon niet geloven dat ik met twee zigeuners in een witte Mercedes 500 SE Coupé met 170 kilometer per uur over de A2 scheurde, terwijl mijn gastheren de ene na de andere cliché-oneliner eruit gooiden.
"Hij gaat neuken, hahahaaaaaa!," riep Rinus.
"Hee, even serieus," zei Hannes. "Je weet wat ze zeggen over roodharige wijven he. Ik zou maar oppassen als ik jou was, zo'n jong broekie." Hij keek me met pretoogjes aan in zijn achteruitkijkspiegel.
Intussen pakte Rinus een krant tevoorschijn. Het was de Telegraaf, en hij sloeg de pagina open waar altijd rechtszaken behandeld werden, met een tekening erbij van de verdachte. De verdachte kwam me bekend voor. Ik boog voorover om beter te kunnen kijken, toen Rinus uitriep: "Heee! Pedro staat in de krant!"
Het was inderdaad Pedro, een Spanjaard die vroeger met mijn tante getrouwd was geweest en een enorme gangster was.
"Hahaaa! Die Pedro. Eindelijk beroemd." De twee gilden van het lachen, en ik ook. Ik was in een klucht terechtgekomen. Rinus draaide zich om. "Wat lach jij nou?"
"Nou, eh, ik ken Pedro ook."
Hannes keek me weer aan via zijn spiegel. "Oh ja joh? Hoe dan?"
"Hij was vroeger getrouwd met mijn tante."
"Hoe heet je tante dan?"
"Patricia."
Rinus en Hannes keken elkaar aan. "Teeeeering! Ben jij familie van Patries? Niet te geloven! Dus Pedro was je oom? Haha, lekkere familie heb jij." Rinus schaterde. "Hoe gaat het met 'r? Het is zeker vijftien jaar geleden dat ik die gezien heb. Dat was een wilde, hoor."
"Het gaat wel goed met haar. Ze woont weer in Spanje."
"Ja natuurlijk, die kan niet zonder die Spanjolen. Ik wed dat ze..." Rinus stopte omdat Hannes hem aanstootte. Ik besloot er niet naar te vragen, en wees op het artikel. "Wat heeft hij gedaan?"
"Hij zal wel weer een partijtje pillen hebben gesmokkeld," zei Hannes. "Of wapens." Nu was het Rinus die Hannes een por gaf. Hannes keek me aan. "Da's een slechte hoor, die oom van jou."
"Ik weet het," zei ik.
Plots klonk er een luide knal, en de auto begon te slingeren. Mijn hart zat in mijn keel en Hannes vloekte hartgrondig. In een paar seconden bracht hij de auto tot stilstand op een niet al te gunstige plaats, aan het einde van een oprit. De auto's raasden langs ons heen, en Rinus stapte uit. Hij liep naar achteren en kwam weer terug. Door het raampje zei hij dat we een klapband hadden.
"Godverdegodverdegod." Hannes keek achterom om te zien of het veilig was om uit te stappen, maar het was spitsuur en het verkeer hield niet op. Hij wurmde zijn grote lijf naar de passagierskant en stapte uit. Ik ging ook. De twee stonden voorovergebogen over de kofferbak, op zoek naar een moersleutel. De krik lag al naast de auto. Ik keek mee, maar Hannes keek op. "Wat doe jij?"
"Kijken of ik kan helpen," zei ik.
"Jij gaat lekker in de auto zitten. Hier, rook een saffie." Hij hield me een pakje Davidoff voor. "Hier heb jij niks te zoeken. Wij handelen het wel af."
Ik nam een sigaret, liep naar de voorkant van de auto en ging zitten op de vangrail. Waar was ik in godsnaam in beland?

De geheimenman

5 January 2004 | | category: schrijfsels

De man met het zwarte haar keek droevig voor zich uit. Hij nam een trek van zijn sigaret en hief het hoofd. "Weet je wat het is? Mijn familie. De hele geschiedenis van mijn familie is een aaneenschakeling van donkere geheimen en onderlinge ruzies. En niemand praat erover. Ik zie het allemaal gebeuren en ik leg de verbanden, omdat men schijnbaar heeft besloten dat ik degene ben met wie je praten kunt. Dus iedereen vertelt al zijn grieven tegen mij. Maar ik wordt altijd gedwongen tot geheimhouding. Ik ben een vat vol geheimen die ik nergens kwijt kan. Altijd al geweest. Dat is mijn tragiek. Daar ben ik door gevormd. Daardoor kan ik geen relatie hebben met een vrouw. Want ik hou alles wat mij gebeurt, wat mij bezighoudt, voor mezelf. Net als de rest van de familie. Weet je wat mijn allereerste herinnering is? Mijn moeder die ligt te neuken met een man die niet mijn vader is. Haar verschrikte gezicht. Oom Ja Of Ja die van haar afspringt en naar me toe loopt om me de kamer uit te werken. Dat zwiepende, schuin omlaag wijzende zwarte ding tussen zijn benen, terwijl zij roept dat ik terug naar de woonkamer moet, lekker spelen. Maar dat was nou juist waarom ik haar zocht. Ik was met een brandweerauto aan het spelen en het touwtje waarmee ik hem voorttrok was tuseen de wielen gekomen en ik kreeg het er niet meer uit."
"Oom Ja Of Ja?," vroeg ik.
"Ja, oom Ja Of Ja, ja. Hij was een vriend van mijn ouders. Hij kwam heel vaak op bezoek en dan maakte hij grapjes. Dan vroeg hij iets waarop ik of mijn broertje antwoord moesten geven maar dan zij hij zelf altijd snel 'Ja of ja?', en dan lachten we allemaal. Een lange zwarte man met haar als Michael Jackson en zijn broertjes. Maar je mist de essentie. Het gaat niet om oom Ja Of Ja, het gaat erom dat ik hier nooit over kan praten met mijn moeder of iemand anders van de familie. Het zou een fantastische anekdote zijn als het niet zo ... beschamend was. Je moest eens weten hoe vaak ik bij dineetjes heb zitten popelen om dat verhaal te vertellen. Kun je het je voorstellen? Zitten we lekker aan de koffie met gebak na het eten, sigaretje erbij. De vader van mijn echtgenote vertelt over hoe het zoontje van mijn zwager alles oppikt wat hij hoort, woorden nazegt en zinnen begint te vormen. Mijn schoonzus die zich hardop afvraagt hoe veel een kind zich nog zal kunnen herinneren later, van deze tijd. En één voor één vertellen de tafelgenoten wat hun eerste herinnering is. Leuke verhaaltjes, maar dan kom ik. 'Mijn eerste herinnering is dat ik mijn moeder betrapte met haar buitenman. Hij had een hele grote piemel die half hard en glimmend heen en weer zwiepte.' Doodse stilte. Mijn schoonmoeder die als eerste iets zegt. 'Iemand nog koffie?' Zie je het voor je?"
Ik begin te lachen maar hij kijkt me verwijtend aan. "En mijn eigen moeder kan ik daar al helemaal niks over zeggen. Die arme vrouw die iedere zondag in de kerk boete zit te doen voor haar scheiding, dertig jaar geleden. Ze heeft het al zwaar genoeg, met haar rug en zo. Met haar zieke zuster, van wie ik weet dat ze in de jaren zeventig door haar man werd gedwongen de hoer te spelen. Met haar pas gescheiden broer, van wie ik weet dat er geen jaar is geweest in zijn huwelijk dat hij niet achter de rug van zijn vrouw en kinderen de ene na de andere snol in zijn bed lokte. Met haar zieke moeder, van wie ik weet dat zij haar man aan de kant heeft gezet toen ze zwanger was van mijn moeder, in plaats van andersom. Peyton Place is er niks bij."
De man stond op. "Ik ga maar eens," zei hij somber. "Tabee." Hij sjokte van me weg. Na een paar meter stond hij stil en keek om. "Aan niemand kan ik het kwijt!," riep hij uit. "Niemand!" Toen verdween hij de hoek om, en ik haalde mijn opschrijfboekje en pen uit mijn binnenzak, om trefwoorden uit zijn verhaal te noteren, zodat ik het niet zou vergeten.