Recent gepost in schrijfsels

bas

26 juli 2004 | | categorie: schrijfsels

Ik speelde in de band omwille van haar.
De slechtste bassiste ter wereld.
Legendarisch omdat ze ritme saai vond.
Maar wij -iedereen in de band was fan- keken enkel naar haar hand.
Hoe gedreven die langs de hals van haar bas gleed.
Even opwindend als het behaatje met tijgermotief dat ze nooit onder haar podiumtopje kon verstoppen.
De PA lieten we zweren dat hij haar volume op 1 liet staan.
En in het contract stond dat de spot op haar moest worden gericht.
Want net als het publiek kwamen we alleen maar voor haar.
Niemand die merkte dat we vergaten te spelen toen ook het bandje van haar schouder gleed.
Woorden: 111/Tekens: 500/Zij: 2

uit: zijx500, van hijx500, die vanuit zijn boekblog telkens een kort verhaal [van 500 lettertekens maximaal] publiceert op andere weblogs. kijk hier welke andere sites eveneens meewerken.

Het komt nooit meer goed

24 juni 2004 | | categorie: schrijfsels

"Het komt nooit meer goed!," schreeuwde de dj in mijn oor. Hij pakte me bij mijn schouders, week iets terug en keek me triomfantelijk lachend aan. Zijn ogen waren bloeddoorlopen, zijn mondhoeken leken een uiterste inspanning te doen zo dicht mogelijk bij zijn oorlellen te komen. "Het komt nooit meer goed met jullie!," schreeuwde hij nog eens.
Ik was ziek van de nederlaag en had geen zin om me te verweren. Het had toch geen zin. Al zes jaar ken ik de dj, en iedere keer als we spreken komt het uiteindelijk op hetzelfde onderwerp uit: Nederlanders slecht, Belgen goed. Ik lachte maar wat en keek naar de lege dansvloer.
"Ik ga nog even in die andere zaal kijken," schreeuwde ik in zijn oor. "Ik zie je zo."
De dj stak zijn duimen omhoog en grijnsde. "Het komt nooit meer goed," liplas ik nog maar eens.

"Het komt godverdoeme nooit meer goed met jullie he!" Zijn kwade stem weerkaatste tegen de gebouwen rondom ons. "Wat is dat hier! Zo behandel je je artiesten toch niet! Godverdoeme joeng!"
De dj had samen met de andere dj een fles whiskey soldaat gemaakt tijdens het draaien. "That might have helped," legde de andere lachend dj uit toen ik hem zei dat ik de dj nog nooit zo kwaad had gezien. Ik lachte terug, maar dacht aan de 100 kilometer snelweg in de auto van de dj die ik nog voor de boeg had.

"Godverdoeme joeng." Hij scheurde de verkeerde straat in. De auto stopte, ging vervolgens in een razende vaart achteruit. Bijna zonder te stoppen schakelde de dj weer en we schokten weer vooruit, nu de juiste weg op.
Langs het water was de stad op haar mooist, maar ik kreeg geen kans ervan te genieten. Hij reed 120. "Je mag hier maar 50 hoor, en ze controleren nogal hier," probeerde ik boven de muziek uit te komen. Zijn blik bleef op de weg en hij zei niks. Nou ja, het was toch 5 uur 's ochtends, er was niemand op de weg en de politie slaapt ook op dit uur, dacht ik.
"Dit vind ik zo'n fantastisch nummer," riep de dj plotseling. PJ Harvey's 'Letter' knalde uit de speakers. Goed geluidssysteem, voor een auto, dacht ik nog. Hij zette het volume op oerend hard. In zijn rechterhand hield hij zijn gsm, hij was aan het sms-en.
In zo'n grote auto merk je het bijna niet dat je 170 rijdt, behalve als er wegwerken bezig zijn en de rijbanen versmald, en je zich wel aan de snelheidslimiet houdende auto's met caravans rakelings passeert. Ik had nooit in die auto moeten stappen, dacht ik. Maar hij doet dit ieder weekend, dus hij zal wel weten wat hij doet, stelde ik mezelf gerust. Wonder boven wonder hielp het. Het brein kan rare dingen met een mens doen. De dj legde zijn hand op mijn knie. "Ça va, jongen, ça va," zei hij geruststellend. Jezus, was het zo duidelijk? Een mietje, dat ben je, zei ik tegen mezelf.
Al sms-end bleef hij straf doorscheuren, met 'Letter' op repeat. Zo gaat de lol er ook wel af, dacht ik nog. We hebben een paar auto's op een haar na gemist bij het inhalen. Hij reed harder dan alle anderen, dus we werden zelf nooit ingehaald. Gelukkig maar, want hij is geen moment binnen zijn rijvak gebleven.

Na drie kwartier kwamen we waar we zijn moesten. We stapten uit en hij de dj ging staan pissen in de bosjes. "Aaaaaaaaahh," hoorde ik een paar keer. Hij deed er bijna vijf minuten over. "Aaaaaaaaaaah." Zijn lul hing nog half uit zijn broek toen hij terug kwam lopen. Ik wees erop. Terwijl hij zijn kruis op orde bracht, bleef hij wankelend staan. Hij keek me met lodderige ogen aan.
"Dit is toch geen leven zo," zei hij.

De lift 1

28 januari 2004 | | categorie: schrijfsels

Ik liep naar de onofficiële liftplaats bij de stoplichten op de President Kennedylaan. De echte liftplaats was de Utrechtsebrug over en ik had even geen zin om zo ver te lopen. Er stonden al een aantal lifters, dus in gedachten maakte ik toch de gang al naar de Utrechtsebrug. Eerst even proberen.
"sta je hier al lang?," vroeg ik de jongen met het bordje "Antwerpen" in zijn hand.
"Een paar uur," antwoordde hij met Vlaamse tongval. De moed zonk me in de schoenen. Ik moest naar Breda, dezelfde richting dus als de Vlaming. Ik liep een eindje van hem vandaan en zette mijn tas neer. Ik haalde mijn karton met "Breda" erop uit de tas en richtte me op. Ik keek recht in het gezicht van een dikke man met een mullet en gouden ringen in beide oren. Hij keek me olijk aan, zijn linkerarm losjes hangend uit het raampje van zijn witte Mercedes 500SEC. Naast hem zat een zonnebankbruine man met kort gepermanent haar en een bruine bontjas.
"Zo jongen, moet jij naar Breda?," klonk het in vet Amsterdams.
"Dat heeft u goed gelezen, ja," zei ik, me voorbereidend op een spervuur aan flauwe grappen, nog effe snel voor het stoplicht op groen ging.
"Na, stap maar in dan."
Ik kon mijn oren niet geloven. Nog geen minuut had het geduurd om een lift te krijgen. De Vlaming kwam aangespurt. "Hee, ik moet naar Antwerpen, kan ik niet mee tot aan Breda?"
De dikke bekeek hem van top tot teen. "Ben jij een Belg?"
De Vlaming stotterde verbaasd van ja.
"Da's nou jammer."
"M-maar..."
"Groen!," riep de dikke en hij gaf volgas. Ik keek achterom en zag de Vlaming tieren, zijn vuist in de lucht. De bruine bontjas keek ook. Hij lachte een vette lach. "Duizend bommen en granaten!," riep hij. "Gekke Belgen, die moet ik niet in m'n auto hoor." Hij knipoogde naar me. "Hoe heet jij?"
"Dave."
"Zo, hallo Dave. Ik ben Rinus, en hij hier heet Hannes."
Ik lachte, denkend dat hij een geintje maakte. De twee leken namelijk uit een slecht toneelstuk van het Theater van de Lach weggelopen met hun potsierlijke kledij en met goud behangen lichamen. De namen Rinus en Hannes moesten haast wel verzonnen zijn. Maar Rinus lachte niet. "Valt er iets te lachen?"
Ik haastte me om nee te zeggen, en de bontjas draaide zich weer om.
"Wat ga je doen in Breda?," vroeg Hannes.
Ik had afgesproken met een vriendin die mij wilde gebruiken voor een fotostudie, dus ik zei dat ik naar een afspraak moest.
"Met een wijf? Ga je met een wijffie afspreken?" Weer die vette lach, en ik lachte maar wat mee. "wat voor kleur haar heeft ze?"
"Rood," zei ik, en de twee begonnen te joelen.
"Wooooo! Hij heeft een afspraak met een rooie! Nou dan weet ik wel wat jij gaat doen jongen!"
Ik kon niet geloven dat ik met twee zigeuners in een witte Mercedes 500 SE Coupé met 170 kilometer per uur over de A2 scheurde, terwijl mijn gastheren de ene na de andere cliché-oneliner eruit gooiden.
"Hij gaat neuken, hahahaaaaaa!," riep Rinus.
"Hee, even serieus," zei Hannes. "Je weet wat ze zeggen over roodharige wijven he. Ik zou maar oppassen als ik jou was, zo'n jong broekie." Hij keek me met pretoogjes aan in zijn achteruitkijkspiegel.
Intussen pakte Rinus een krant tevoorschijn. Het was de Telegraaf, en hij sloeg de pagina open waar altijd rechtszaken behandeld werden, met een tekening erbij van de verdachte. De verdachte kwam me bekend voor. Ik boog voorover om beter te kunnen kijken, toen Rinus uitriep: "Heee! Pedro staat in de krant!"
Het was inderdaad Pedro, een Spanjaard die vroeger met mijn tante getrouwd was geweest en een enorme gangster was.
"Hahaaa! Die Pedro. Eindelijk beroemd." De twee gilden van het lachen, en ik ook. Ik was in een klucht terechtgekomen. Rinus draaide zich om. "Wat lach jij nou?"
"Nou, eh, ik ken Pedro ook."
Hannes keek me weer aan via zijn spiegel. "Oh ja joh? Hoe dan?"
"Hij was vroeger getrouwd met mijn tante."
"Hoe heet je tante dan?"
"Patricia."
Rinus en Hannes keken elkaar aan. "Teeeeering! Ben jij familie van Patries? Niet te geloven! Dus Pedro was je oom? Haha, lekkere familie heb jij." Rinus schaterde. "Hoe gaat het met 'r? Het is zeker vijftien jaar geleden dat ik die gezien heb. Dat was een wilde, hoor."
"Het gaat wel goed met haar. Ze woont weer in Spanje."
"Ja natuurlijk, die kan niet zonder die Spanjolen. Ik wed dat ze..." Rinus stopte omdat Hannes hem aanstootte. Ik besloot er niet naar te vragen, en wees op het artikel. "Wat heeft hij gedaan?"
"Hij zal wel weer een partijtje pillen hebben gesmokkeld," zei Hannes. "Of wapens." Nu was het Rinus die Hannes een por gaf. Hannes keek me aan. "Da's een slechte hoor, die oom van jou."
"Ik weet het," zei ik.
Plots klonk er een luide knal, en de auto begon te slingeren. Mijn hart zat in mijn keel en Hannes vloekte hartgrondig. In een paar seconden bracht hij de auto tot stilstand op een niet al te gunstige plaats, aan het einde van een oprit. De auto's raasden langs ons heen, en Rinus stapte uit. Hij liep naar achteren en kwam weer terug. Door het raampje zei hij dat we een klapband hadden.
"Godverdegodverdegod." Hannes keek achterom om te zien of het veilig was om uit te stappen, maar het was spitsuur en het verkeer hield niet op. Hij wurmde zijn grote lijf naar de passagierskant en stapte uit. Ik ging ook. De twee stonden voorovergebogen over de kofferbak, op zoek naar een moersleutel. De krik lag al naast de auto. Ik keek mee, maar Hannes keek op. "Wat doe jij?"
"Kijken of ik kan helpen," zei ik.
"Jij gaat lekker in de auto zitten. Hier, rook een saffie." Hij hield me een pakje Davidoff voor. "Hier heb jij niks te zoeken. Wij handelen het wel af."
Ik nam een sigaret, liep naar de voorkant van de auto en ging zitten op de vangrail. Waar was ik in godsnaam in beland?

De geheimenman

5 januari 2004 | | categorie: schrijfsels

De man met het zwarte haar keek droevig voor zich uit. Hij nam een trek van zijn sigaret en hief het hoofd. "Weet je wat het is? Mijn familie. De hele geschiedenis van mijn familie is een aaneenschakeling van donkere geheimen en onderlinge ruzies. En niemand praat erover. Ik zie het allemaal gebeuren en ik leg de verbanden, omdat men schijnbaar heeft besloten dat ik degene ben met wie je praten kunt. Dus iedereen vertelt al zijn grieven tegen mij. Maar ik wordt altijd gedwongen tot geheimhouding. Ik ben een vat vol geheimen die ik nergens kwijt kan. Altijd al geweest. Dat is mijn tragiek. Daar ben ik door gevormd. Daardoor kan ik geen relatie hebben met een vrouw. Want ik hou alles wat mij gebeurt, wat mij bezighoudt, voor mezelf. Net als de rest van de familie. Weet je wat mijn allereerste herinnering is? Mijn moeder die ligt te neuken met een man die niet mijn vader is. Haar verschrikte gezicht. Oom Ja Of Ja die van haar afspringt en naar me toe loopt om me de kamer uit te werken. Dat zwiepende, schuin omlaag wijzende zwarte ding tussen zijn benen, terwijl zij roept dat ik terug naar de woonkamer moet, lekker spelen. Maar dat was nou juist waarom ik haar zocht. Ik was met een brandweerauto aan het spelen en het touwtje waarmee ik hem voorttrok was tuseen de wielen gekomen en ik kreeg het er niet meer uit."
"Oom Ja Of Ja?," vroeg ik.
"Ja, oom Ja Of Ja, ja. Hij was een vriend van mijn ouders. Hij kwam heel vaak op bezoek en dan maakte hij grapjes. Dan vroeg hij iets waarop ik of mijn broertje antwoord moesten geven maar dan zij hij zelf altijd snel 'Ja of ja?', en dan lachten we allemaal. Een lange zwarte man met haar als Michael Jackson en zijn broertjes. Maar je mist de essentie. Het gaat niet om oom Ja Of Ja, het gaat erom dat ik hier nooit over kan praten met mijn moeder of iemand anders van de familie. Het zou een fantastische anekdote zijn als het niet zo ... beschamend was. Je moest eens weten hoe vaak ik bij dineetjes heb zitten popelen om dat verhaal te vertellen. Kun je het je voorstellen? Zitten we lekker aan de koffie met gebak na het eten, sigaretje erbij. De vader van mijn echtgenote vertelt over hoe het zoontje van mijn zwager alles oppikt wat hij hoort, woorden nazegt en zinnen begint te vormen. Mijn schoonzus die zich hardop afvraagt hoe veel een kind zich nog zal kunnen herinneren later, van deze tijd. En één voor één vertellen de tafelgenoten wat hun eerste herinnering is. Leuke verhaaltjes, maar dan kom ik. 'Mijn eerste herinnering is dat ik mijn moeder betrapte met haar buitenman. Hij had een hele grote piemel die half hard en glimmend heen en weer zwiepte.' Doodse stilte. Mijn schoonmoeder die als eerste iets zegt. 'Iemand nog koffie?' Zie je het voor je?"
Ik begin te lachen maar hij kijkt me verwijtend aan. "En mijn eigen moeder kan ik daar al helemaal niks over zeggen. Die arme vrouw die iedere zondag in de kerk boete zit te doen voor haar scheiding, dertig jaar geleden. Ze heeft het al zwaar genoeg, met haar rug en zo. Met haar zieke zuster, van wie ik weet dat ze in de jaren zeventig door haar man werd gedwongen de hoer te spelen. Met haar pas gescheiden broer, van wie ik weet dat er geen jaar is geweest in zijn huwelijk dat hij niet achter de rug van zijn vrouw en kinderen de ene na de andere snol in zijn bed lokte. Met haar zieke moeder, van wie ik weet dat zij haar man aan de kant heeft gezet toen ze zwanger was van mijn moeder, in plaats van andersom. Peyton Place is er niks bij."
De man stond op. "Ik ga maar eens," zei hij somber. "Tabee." Hij sjokte van me weg. Na een paar meter stond hij stil en keek om. "Aan niemand kan ik het kwijt!," riep hij uit. "Niemand!" Toen verdween hij de hoek om, en ik haalde mijn opschrijfboekje en pen uit mijn binnenzak, om trefwoorden uit zijn verhaal te noteren, zodat ik het niet zou vergeten.

Ik heb mijn dochter nu

28 december 2003 | | categorie: schrijfsels

"Ik heb mijn dochter nu." Haar mond vormde een glimlach, maar haar ogen zeiden dat ze het eigenlijk bloedserieus meende. Dit soort momenten, opmerkingen, blikken, zijn precies de oorzaken van mijn afkeer van de vriendin van mijn beste vriend. Jaren geleden, toen hun relatie nog geen relatie was, zei ik hem al wat ik van haar vond, na een eerste kennismaking. Een slang, een wolvin in schaapskleren. Iemand die over lijken ging. Ik zei het niet in die woorden, maar de strekking was duidelijk. Wist ik veel dat hij zijn zinnen op haar gezet had.

Het duurde niet lang voor ze samen gingen wonen. Wat al te snel volgens mij, en ook dat zei ik hem. Maar hij haalde zijn schouders op, en ik hield daarna mijn mond. Hij zou het wel merken, en zoniet, als hij gelukkig met haar was, waarom zou ik spelbreker zijn? Wat me wel mateloos stoorde was dat ik hem nadien zelden meer zag. Onze nachtelijke avonturen, filmavondjes, luister- en rooksessies, het was alsof ze nooit bestaan hadden. The power of pussy.
Drie maanden nadat ze hun woning in hetzelfde blok als het mijne hadden betrokken kwam hij weer eens bij me langs. Het was weer als vanouds, zij het dat de nacht uren eerder eindigde dan voorheen. Een week later vroegen ze me te eten. Het was een mooi appartement, met al haar dingetjes uitgestald op mooie plekjes door het hele huis. Zijn spullen zaten voor het grootste deel nog in dozen. Na het eten kwam het gesprek op de ruimte die ze hadden. Ze liet zich ontvallen dat het weliswaar groot was, het huis, maar niet groot genoeg voor drie. Ik keek haar aan, en zij keek van mij naar hem. Ook mijn ogen gingen zijn kant op, en hij keek terug met een blik waaruit aarzeling en twijfel sprak. "Heb je het hem nog niet gezegd?," vroeg ze. "Ze is zwanger," zei hij. Ik was verbijsterd, want ik wist dat hij absoluut geen zin had in kinderen. "Moet ik jullie feliciteren of...?," vroeg ik. "Ik weet niet?," zei ze, en hij bracht slechts een langgerekt "Eeeuuh..." uit. De stilte die volgde was op zijn minst ongemakkelijk te noemen.

Na een tijdje zei hij dat het niet zo goed uitkwam, wat zij beaamde met een haastig, maar weinig overtuigend "nee, niet echt". Enigszins opgelucht vroeg ik of ze het weg gingen laten halen, en hij antwoordde bevestigend, maar liet daar meteen op volgen dat ze nog moesten wachten. Ik vroeg waarmee en waarop, en zij zei dat ze moesten wachten met een abortus tot de vrucht drie maanden oud was. Hij knikte met een vragend gezicht, en ik kon mijn oren niet geloven. "Drie maanden? Natuurlijk niet! Het moet juist gebeuren vóór de drie maanden verstreken zijn, twaalf weken zelfs, geloof ik," zei ik. "Nee hoor," zei ze, "ik heb al twee keer een abortus gehad en iedere keer moest ik wachten tot drie maanden." "Weet je het heel zeker?," vroeg ik, terwijl ik in mezelf als een razende zocht naar een manier om hem duidelijk te maken dat ze hem in de val aan het lokken was en dat hij een ontzettende eikel was als hij daar in zou trappen. Ik hapte bijkans naar adem van verbazing. "Ja," zei ze resoluut, en ze liep naar de keuken. Hij keek me aan en ik schudde heftig met mijn hoofd. Ik wist niet wat te doen. Ze kwam de keuken uit gelopen en rekte zich opzichtig uit. Wat haar betreft was de avond ten einde gekomen. Ik maakte dat ik weg kwam.

De volgende dag belde ik hem op zijn gsm en vroeg of hij achterlijk was. Hij zei dat hij ook altijd gedacht had dat drie maanden de grens was, maar ze was zo stellig in haar overtuiging dat hij aannam dat hij het bij het verkeerde eind had. Ik raadde hem aan eens heel ernstig met haar te praten en haar duidelijk te maken dat hij nog lang niet klaar was om vader te worden, want dat was zo klaar als een klontje. Ik zei niets over kwade opzet, maar inwendig kookte ik.
Twee weken later was de zwangerschap beëindigd, en zei hij dat hij me dankbaar was dat ik hem de ogen had geopend. Ik noemde hem een stomkop.

Onze vriendschap dreigde te verwateren. Ik zag hem steeds minder, en als we bij elkaar kwamen was zij er altijd bij. Ik begon haar hartgrondig te haten, ook al deed zij poeslief tegen me en kon ik haar zelden op onaardigheid betrappen. Uit respect voor mijn vriend probeerde ik haar aardig te vinden, of beter, mijn minachting zo goed mogelijk te verbergen, maar ik wist dat hij wist hoe ik over haar dacht.
Tot mijn ergernis bleven ze bij elkaar, en langzaam maar zeker begon ze onderdeel te vormen van de vriendengroep waarin ik verkeerde. Er waren meer mensen die hun bedenkingen hadden tegen haar, maar als we hem erbij wilden houden moesten we haar ook dulden, dus zo geschiedde. Het zou wel wennen, was de algemene gedachte.

Af en toe leek het alsof ze veranderde, haar ideeën aanpaste naar een wat minder snobistisch niveau, wat meer met haar voetjes op de grond ging staan. Maar ze viel altijd weer door de mand. Het waren kleine dingetjes, blikken, opmerkingen. "Ze is dik, maar ze is verder wel heel aardig, hoor." Dat soort opmerkingen. Het feit dat ze zelden sprak tegen het stel in het gezelschap dat nooit geld had en zich hulde in eenvoudige kledij, zelfgemaakte truien etc. Ik heb haar meer dan eens op een wat afkeurende blik betrapt als ze naar hen keek, maar ik hield mezelf ook voor dat ik wel eens bevooroordeeld zou kunnen zijn. Ik hield me ook voor dat ik haar met respect moest behandelen omdat ze de geliefde van mijn beste vriend was. En als ik niet te lang achter elkaar met haar omging was het ook best uit te houden. Ik dacht en denk ook dat ze in principe geen slecht persoon is, alleen wel van het soort waar ik me liever verre van houd.

Eerder dit jaar werd ze opnieuw zwanger, en dit keer was er geen sprake van een abortus. Hij vertelde het me aan de telefoon, en opnieuw vroeg ik of ik hem moest feliciteren of. "Ik neem aan van wel," was zijn antwoord. De twijfel bleef gedurende de hele zwangerschap doorklinken in onze gesprekken, hoewel zijn enthousiasme groeide. Maar een week voor de geboorte belde hij me in paniek op. Een paar uur lang hebben we het gehad over zijn angst voor het vaderschap, zijn twijfel over de loop van zijn leven, de radicale verandering die de komst van zijn eerstgeborene zou veroorzaken in zijn dagelijkse bezigheden. Het besef dat er geen weg terug meer was. En dat was uiteindelijk ook de conclusie: er was geen weg terug, en dit was waar hij mee moest leren leven, of hij nu wilde of niet. Natuurlijk was hij blij om vader te worden, maar de twijfel bleef altijd op de achtergrond spelen.

Een uur na de geboorte van hun dochter belde hij me op. De twijfel was verdwenen, het was het mooiste wat hem ooit overkomen was, en ik was oprecht blij voor hem. In de maanden erna woonden ze in het huis van haar ouders. Haar ouders deden alles, en op een gegeven moment leek het alsof haar moeder het kind de borst zou geven als het kon. Een beetje vreemd, maar niet ongewoon in de zuidelijke helft van Europa.
De twijfel bleek toch niet helemaal weg. Hun langdurige verblijf bij zijn schoonouders stoorde hem, maar hij wist niet goed hoe zijn bedenkingen op een rustige, niet ruzie-veroorzakende manier ter sprake te brengen. Ik kon hem niet zeggen hoe anders dan "gewoon, als volwassen mensen", maar zei hem wel dat hij het sowieso moest zeggen. En dat hij wat meer ruggengraat moest tonen. Als je constant op eieren moet lopen zit er iets niet goed, vind ik. Toen ik in het huis van de schoonouders kwam viel me op hoe veel ze overliet aan haar moeder. En hoe overdreven voorzichtig ze was met de baby. Ik heb zelf geen kinderen dus ik kan niet uit ervaring spreken, maar naar mijn mening is de bescherming van mijn vriends dochter behoorlijk overdreven. Maar ik heb me gedragen en braaf mijn mond gehouden. Zijn geliefde is nu ook de moeder van zijn kind, dus meer dan ooit houd ik me op de vlakte. Ook als ze afkeurend sprak over de manier waarop andere vrienden met hun baby omgingen. Het stoorde haar bijvoorbeeld dat zij hun dochter niet onmiddellijk uit de wieg haalden en bij zich in bed legden zodra ze begon te huilen. Ik wierp tegen dat je een kind beter niet kunt laten wennen aan het bij de ouders slapen, maar ze wilde er niets van weten. Mijn vriend hield zijn mond en keek me bezwerend aan, achter haar rug.
Als hij zijn dochter in zijn armen hield bleef ze rusteloos om hen heen draaien, klaar om haar weer over te nemen. Alsof ze niet wilde dat de twee al te veel aan elkaar gehecht zouden raken. Opnieuw hield ik me voor dat dat mijn subjectieve waarneming was, maar tegelijk wist ik ook dat ik niet paranoïde was, ben.

"Ik heb mijn dochter nu," zei ze, toen hij en ik op het punt stonden te vertrekken voor een avondje in de stad. "We gaan achter de meiden aan," had ik plagerig gezegd. "Doe maar wat je niet laten kunt." Die valse glimlach. "Missie volbracht, niewaar?," zei ik nog, en ze knikte lachend van ja. hij lachte schaapachtig, en ik dacht er het mijne van.

Broodje ham met zuur

12 november 2003 | | categorie: schrijfsels

"Mag ik een ciabatta met parmaham en..." De eigenaar van de broodjeszaak onderbrak de klant op chagrijnige toon.
"Ik heb geen ciabatta's meer. Alleen nog meergranenbrood."
"Ach... nou ja, dan maar een meergranenboterham met parmaham en truffelolie, om mee te nemen."
"Met parmezaanse kaas?" vroeg de broodjesman.
"Ja graag."
De broodjesman liep naar de broodsnijtafel links van de toonbank en pakte een brood uit de verpakking. Hij sneed twee dikke plakken brood af. De klant keek om zich heen, en zoals altijd bleven zijn ogen hangen bij één van de krantenknipsels waarmee de wanden van de broodjeszaak behangen waren. Italiaanse kranten waren veel leuker van opmaak dan de Nederlandse, vond hij. Hij wilde net beginnen met het lezen van een stuk uit de Corriere della Sera over coach Trappatoni toen de broodjesman plots begon te praten.
"Ik ben laatst in Firenze truffels gaan eten. Die man van het restaurant was een slimme, hij ging met een kom rond die gevuld was met witte truffels, gewoon, we mochten allemaal even ruiken. Terwijl we met de kaart in onze handen zaten. Ik had natuurlijk helemaal geen aandacht meer voor het menu. Iedereen pasta met truffels besteld. Heer. Lijk. Echt, ongelofelijk lekker. Maar ja, hij rekende wel vijfentwintig euro per portie."
"Dat is nogal wat, zeker in Italië. daar kun je toch vrij goedkoop eten," zei de klant.
"Voor een bord pasta voor vijfentwintig euro, daar moet je echt goed naar zoeken," beaamde de broodjesman. "Het waren wel flinke porties hoor, het was het geld echt wel waard. Zoiets kun je buiten Italië niet vinden, zo lekker. We zijn nog een dag in Siena geweest, ook zulk fantastisch eten. en wijn. Ik hou nogal van wijn. We waren in een proeverij, heel mooi, veel eiken, een grote open ruimte en tegen alle wanden stonden enorme rekken vol flessen wijn. Die gast kon zijn geluk niet op. We waren met tien, allemaal mannen, Belgen. Gouden zaken. We hebben ons flink laten gaan. Kostte twintig euro de man, da's toch niks?"
"De Fransen en de Spanjaarden kunnen lullen wat ze willen, maar nergens eet je zo lekker als in Italië, en zo goedkoop," zei de klant.
De broodjesman zuchtte diep. "Italië... En dan die vrouwen, ah! De mooiste vrouwen van Europa."
"Maar ook de meest gestoorde," zei de klant. "Heb ik me laten vertellen."
De broodjesman lachte. "Daar zou u wel eens gelijk in kunnen hebben."
Hij liep naar de rol papier die aan de muur van de keuken hing en scheurde een vel af om de boterham in te verpakken. "Dat is dan zeven euro."
"Zo," grapte de klant, "aan het sparen voor de verhuizing naar het zuiden?"
Het gezicht van de broodjesman verstrakte. "Zeiken over geld voor een goede maaltijd, dat doen Italianen ook nooit," zei hij.
"Italiaanse broodjesverkopers zijn dan ook geen zuurpruimen met varkenskoppen," antwoordde de klant. Hij draaide zich om en liep weg.
"Stronzone!" schreeuwde de broodjesman.
"Je moeder!" riep de klant, de deur met een klap achter zich dicht slaand.

Geklutst, niet gebakken

10 november 2003 | | categorie: schrijfsels

Toen de wat oudere man zag dat er op één meneer na niemand zat aan de lange tafel die hij niet anders kende dan vol met borden, mokken, broodmandjes, belegschaaltjes en melkkannen, ontspande hij zijn buikspieren en liet zijn overtollig vet hangen. "Wat is dat toch fijn," dacht hij net, toen het leuke jonge meisje naar de toonbank kwam. Zijn buik sprong automatisch op openbare-ruimte-stand, maar hij keek toch snel even naar beneden om te controleren of hij zijn schoenen kon zien. "Kan ik u helpen?" vroeg het leuke jonge meisje verlegen. De wat oudere man bestelde zijn twee croissants en bedacht zich dat de eieren op waren. Hij had zin in eieren. "Zijn die rauw of al gekookt?" vroeg hij, wijzend op het mandje eieren op de toonbank. "Ze zijn vers en rauw," antwoordde het leuke jonge meisje. "Dan wil ik er graag twee meenemen." "Wilt u een tasje?" Hij antwoordde dat dat niet nodig was en haalde zijn portemonnee tevoorschijn. Toen hij de drie muntstukken in haar hand had gelegd en zijn portemonnee had opgeborgen draaide hij zich met een "Tot ziens" om naar de deur. "Dag," zei het leuke jonge meisje. "D-d-doet u voorzichtig met de ei, eieren? Straks komt u thuis met gebakken eieren." De wat oudere man draaide zich om en lachte om het onhandig uitgevoerde grapje. "Gebakken? Geklutst bedoelt u zeker?" Het leuke jonge meisje werd vuurrood. "Eh, ja, natuurlijk. Geklutst." "Zal ik doen. Dag!" Het leuke jonge meisje wierp een snelle blik op de meneer aan de tafel en werd nog roder. Ze draaide zich om en vloekte zachtjes in zichzelf.