februari 2007 Archief
7-inch serie, deel 22
(Deel 21: hiero)
Babes In Toyland - Dust Cake Boy / House
label: bootleg (Treehouse / Sub Pop)
jaar: 1989/1990
kant a 1:
kant a 2:
kant b 1:
kant b 2:
De twee eerste singles van Babes In Toyland uitgebracht als een single, volkomen illegaal maar daarom niet minder goed. Geweldige band die ik voor het eerst zag als voorprogramma van Sonic Youth in Vredenburg, ik meen in 1988. Ik was zwaar onder de indruk, van hun muziek en kracht, maar ook van de bassiste, Michelle Leon. Ik heb het natuurlijk sowieso voor bassistes, op het belachelijke af. Ik bedoel, ik vond Kim Gordon hot, terwijl die helemaal niet zo hot is, zonder basgitaar om d'r nek.
Maar ik dwaal af. Ik heb Babes In Toyland later nog vaak gezien, en kocht al hun cd's (et ego). Ik heb ze ook nog geïnterviewd, voor Beat Generation, een Spaans blaadje dat niet meer bestaat. Het was 's ochtends aan het ontbijt in hun hotel in hartje Madrid. Ze zouden 's avonds spelen in Revolver en ze hadden voor het eerst in lange tijd behoorlijk geslapen. Ze waren op tour in een busje en Lori Barbero, de drumster en meest sympathieke van het stel, zei dat het haar behoorlijk de keel begon uit te hangen omdat het zo stonk in de auto, en omdat ze alle cassettebandjes al eens gehoord hadden. Het gesprek kwam toen op Kyuss, en ze vervloekte zichzelf dat ze geen tape had meegenomen van Blues for the Red Sun, dus ik bood aan het voor haar te tapen, dan zou ik het 's avonds aan haar geven.
Toen ik het tussen twee nummers door naar haar gooide, stopte ze het in haar laars, knipoogde en speelde lustig door. Achteraf sprong ze om mijn nek en omhelsde ze me met die boomstammen van armen van haar totdat ik bijna stikte. Ik vraag me af of dat bandje nog afspeelbaar was, na een uur in de bezwete laars van die vrouwelijke Animal.
De bassiste was toen overigens al niet meer Michelle Leon (die had de band verlaten toen haar man Joe Cole werd doodgeschoten) maar Maureen Herman, ook mooi maar nogal een droge. Het was een mooi stel: droogkloot Maureen, hypere Lori en dan Kat Bjelland die haar voornaam eer aandeed. Zo een die andere probeerde te intimideren door altijd te cynisch te zijn, maar dat er dan binnenin een heel klein bang meisje zat, kent u dat?
Babes In Toyland - Bruise Violet
label: Southern
jaar: 1992
kant a:
kant b 1:
kant b 2:
"Bruise Violet" komt van Fontanelle, hun tweede studioalbum dat uitgebracht was op Reprise, een major. Dat was toen nog vrij bijzonder, zo'n lawaaiige band op een major label. Eigenlijk was dat toen net begonnen, die grote commercialisering van wat in jargon "alternative" genoemd werd. Eerst Sonic Youth, daarna Nirvana en dus ook bands als Babes In Toyland, die nooit zo doorgebroken zijn, daar waren ze toch net iets te stug voor denk ik. Hoewel ze in 1993 wel de hoofdact waren tijdens Lollapalooza.
Veelal wordt aangenomen dat het nummer een aanval is op Courtney Love, die met Kat in een paar bands had gezeten (in de eerste daarvan zat ook Jennifer Finch, die later L7 vormde). Kat ontkent dat echter en zegt dat Violet zowel Love's als haar muse was.
Op de B-kant staat "Gone", opgedragen aan enkele dode vrienden, waaronder Joe Cole. Behalve de man van de bassiste en roadie van Black Flag en later de Rollins Band, was hij ook de beste vriend van Henry Rollins. Ik herinner me een interview met Rollins waar ik bij mocht zijn in Paradiso. Het interview werd gedaan door Hans de Nijs, mijn collega bij Amsterdam FM die me een beetje onder zijn hoede nam. Het gesprek kwam op Joe Cole, die voor de ogen van Rollins werd doodgeschoten door een paar inbrekers. Rollins vertelde dat hij thuis een pot aarde had staan met stukjes van Cole's kapotgeschoten schedel en barstte in huilen uit. Ik wist niet waar ik kijken moest. Dat stukje is niet uitgezonden in Hans' programma.
Maar ik dwaal af.
7-inch serie, deel 21
(Deel 20: hiero)
Atom Rhumba - Bad Record
label: Alehop!
jaar: 1997
kant a:
kant b:
atomrhumba.com | myspace.com/atomrhumba
Alehop! is het label van Murky en Eva, twee voormalige collega's bij de dochter van de reeds eerdergenoemde West-Friese platendistributeur. Eva was de drumster bij Solex toen ik daar de vocalen voor mijn rekening nam, tegenwoordig speelt ze gitaar (omdat Solex geen drummer meer heeft). Solex zijnde de Spaanse Solex, trouwens, niet de Solex uit Amsterdam.
Alehop! is gespecialiseerd in "onevenwichtige bands", zoals ze het zelf zeggen op hun website (klik op Alehop! in het linkerrijtje). Atom Rhumba uit Bilbao is daar een van. Dit is mijn favoriete garagerocksoort, type The Cramps, Blues Explosion, u kent het wel. Luid, rammelend aan alle kanten met een beetje slecht en daarom heel goed geluid. Het hoesje van deze single is in het echt trouwens matglanzend zilverkleurig, maar dat zie je dus niet zo goed op een computerdscherm.
Behalve een track op een Alehop!-verzamelaar La Cagarruta Sónica (wat zoveel betekent als "sonische diarree") heb ik geen platen van deze band, en daar moet snel verandering in komen, besef ik nu.
De band is redelijk bekend geworden in Spanje, en het bandgeluid is, hoewel nog altijd goed, een stuk gepolijster geworden. Hun nieuwe videoclip:
7-inch serie, deel 20
(Deel 19: hiero)
Atari Teenage Riot - Deutschland Has Gotta Die!
label: Digital Hardcore/Grand Royal
jaar: 1995
kant a:
kant b 1:
kant b 2:
myspace.com/atr922000
Groot lawijt uit Berlijn. Alec Empire, Hanin Elias en Carl Crack (overleden in 2001) maakten enerverende digitale hardcore, wat ik wel een goedgekozen etiket vind. Ik heb deze vaak gedraaid als ik in springendejeugdtenten als de Chill Out (zo heette het echt) in Madrid stond, dat ging erin als koek. Deze single is er een in een serie van vier die door Beastie Boys' alweer een paar jaar kapotte label Grand Royal gelicenseerd werden van Empire's Digital Hardcore (de andere waren van EC8OR, Alec Empire en Shizuo).
Ik meen me te herinneren dat ik ze wel eens live heb gezien, maar zeker weten doe ik dat niet. Ik kan me nog wel een ander optreden herinneren van een soortgelijke act, in Utrecht. Het was een avond georganiseerd door de Jungle AAA (Jungle Association of Autonomous Astronauts), die de jungle (als in drum'n'bass) wilden vervolledigen door het de ruimte in te nemen. De belangrijkste gastspreker was niemand minder dan Chriet Titulaer! Chriet Titulaer! Wondere Wereld! Van zijn spreekbeurt herinner ik me niets, maar ik weet nog wel dat we buiten stonden voor de AKU, en mijnheer Titulaer demonstreerde het dashboard van zijn Volvo, dat uitgerust was met allerlei moderniteiten als GPS en dergelijke.
Maar ik dwaal af. Digitale hardcore, dusch. De b-kant is een soort psychedelische rock die ik nu beter vind dan de a-kant. Ouwe lul. Als bonus is er ook nog een oproep om te vechten tegen de staat.
7-inch serie, deel 19
(Deel 18: hiero)
Various Artists - Astral Angora
label: Nana
jaar: 1994
kant a 1:
kant a 2:
kant a 3:
kant b 1:
kant b 2:
kant b 3:
De enige plaat die ooit op Nana Records is verschenen, volgens mij. Ik kan me vaag een gesprek herinneren met het meisje dat het label gestart had, de afspraak die ik met haar maakte om de single te distribueren in Spanje. Ze had een brilletje en ze zag eruit zoals je zou verwachten dat iemand eruit ziet die Nana heet. Niet dat ze Nana heette, maar goed. Ze zag eruit als een Nana. Wat wel vervelend was, want elke keer als ik haar daarna sprak noemde ik haar Nana. In het begin vond ze het nog grappig.
Ik heb de versie met de groene hoes, er is er ook een met een rode. Als ik dat had geweten had ik die ook gekocht, maar ik kom er net pas achter. Verdomme.
Op het singeltje zes meisjesbands die recht uit de garage leken te komen. Leuke, wilde liedjes met een duidelijke popinslag. De meesten, toch. Er is een bandje waar een jongetje op meezingt, Avocado Baby.
Niet de rapper uit Seattle, maar een band uit Newcastle die in 1995 of 1996 uit elkaar is gegaan. Twee van hen, die er ook het Slampt-label op na hielden, hebben tot vorig jaar gespeeld in Red Monkey.
Golden Starlet (uit Newcastle) veranderde later hun naam in International Strike Force, hun versie van Donna Summers "Hot Stuff" is leuk maar weinig opzienbarend. Volgens mij bestaan ze niet meer, maar het kan zijn dat ze gewoon een Aboriginaltje gedaan hebben, natuurlijk.
Pink Kross heeft een website, maar die is niet meer geüpdated sinds 2005. Ze worden wel heel vaak genoemd op MySpace in profielen van mensen.
Helen Love bestaat nog altijd. Ze zitten tegenwoordig op Elefant Records, die ik ook nog ken uit mijn tijd in Spanje. Kleine wereld.
Hier nog een video van hun hitje "Long Hot Summer":
Lung Leg (Glasgow) is in 1999 opgehouden te bestaan.
YouTube!
The Phanton Pregnancies waren volgens de inlay al uit elkaar toen de single verscheen, maar ze zijn toch op MySpace te vinden. Blijkbaar is, of was, het een "supergroep" bestaande uit leden van Huggy Bear, Wat Tyler en Mambo Taxi.
Woehoe! Een hele post met zes mp3's van punkmeisjes en ik heb niet één keer de vreselijke term "riot grrrls" genoemd!
D'OH!
7-inch serie, deel 18
(Deel 17: hiero)
Twee singeltjes van de Noord-Ierse band Ash, gekocht toen ze uitkwamen met medewerkerskorting van de distributeur.
Ash - Kung Fu
label: Infectious
jaar: 1995
kant a:
kant b 1:
kant b 2:
ash-official.com | myspace.com/ash
"Kung Fu" heb ik dubbel. Een keer gewoon gekocht, de tweede omdat die als bonus bij de vinylversie van de eerste langspeler Trailer zat. Het titelnummer is een fijn punkpopnummertje à la Ramones - met een riff die veel lijkt op die van "I Don't Wanna Go Down to the Basement". De b-kant verschilt per single: op de ene staat "Luther Ingo's Star Cruiser", op de tweede (de single die bij Trailer zat) "Day of the Triffids". Beide zijn voorbeelden van de iets ruigere kant van Ash, en de tekst van de eerste was nogal anders dan die van hun andere nummers. Op de cd-single staan ze alledrie samen. "Kung Fu" is overigens getrokken van het tweede album 1977.
De hoes is een foto van de beroemde karatetrap die Eric Cantona uitdeelde aan een toeschouwer die hem volgens hem racistisch bejegend had. Check de "persconferentie" die de Man Unitedvoetballer later gaf. Het enige dat hij te melden heeft is "when the seagulls follow the trawler it's because they think sardines will be thrown into the sea". Top that, Jopie Cruijff!
Maar ik dwaal af. Ik heb Ash verder nooit zo gevolgd, ik vond het na Trailer allemaal wat minder worden, braver. Het enthousiasme leek er een beetje af.
Ash - Goldfinger
label: Infectious
jaar: 1996
kant a:
kant b 1:
kant b 2:
Deze single (waar ik alleen een blanco hoesje voor heb) komt ook van 1977. Maar ik vind hem een stuk minder dan "Kung Fu", waarvan ik denk dat die meer bij de periode van Trailer hoort dan bij die van 1977. "Goldfinger" is nog wel te pruimen, "Oh Yeah" vind ik niks. Een beetje mislukte poging om "mooi" te zingen, en die strings erbij, en die gitaarsolo, dat klinkt allemaal voor geen meter. "T. Rex" is dan weer wel leuk, opnieuw zo'n Ramonesachtig liedje van minder dan drie minuten.
Ik dacht eigenlijk dat Ash niet meer bestond, maar ze zijn gewoon nog bij elkaar, en brengen dit jaar een nieuwe plaat uit. Op hun site kun je alvast gratis "I Started a Fire" downloaden. Best een leuk nummer, maar het haalt het niet bij Trailer en "Kung Fu".
7-inch serie, deel 17
(Deel 16: hiero)
Arbeid Adelt! - Spannend
label: Virgin
jaar: 1990
kant a:
kant b:
myspace.com/arbeidadelt
Ik weet niet meer waar en wanneer ik deze gekocht heb. Het moet in mijn schooltijd geweest zijn, toen ik met o.a. Gerwin en Nicolai regelmatig in het Keeskaffee in Rijsbergen naar veelal Belgische bandjes ging kijken. Uitbater Kees had het nogal voor Belgische bandjes, dus zagen wij op dat piepkleine podiumpje (nog kleiner dan in het filmpje hieronder!) in dat niet al te grote café bands als The Yéh Yéhs (Bart Peeters, Hugo Matthijssen en Marcel Vanthilt) en Politics Of Experience (die later nog een lp uitbrachten op KK Records) langskomen.
Oprichter Marcel Vanthilt (alias Max Georg Alexander) zat met Luc Van Acker (o.a. Revolting Cocks) en Jan Vanroelen (alias David Salomon, het andere stichtend lid) in de band toen ze deze single maakten, iemand die er ook nog bij heeft gezeten is Dani Klein, de zangeres van Vaya Con Dios. Deze single is lang niet zo bekend als "Lekker westers" of "De dag dat het zonlicht niet meer scheen", en ook lang niet zo goed. De b-kant is al helemaal niet om over naar huis te schrijven. Hij komt van het album Des duivels oorkussen, wat ik een mooie titel vind voor een plaat, want een mooie uitdrukking. "Ledigheid is des duivels oorkussen". Als je niks te doen hebt ga je al gauw rotgeintjes uithalen. Mooi hoor. Net als "arbeid adelt", trouwens. Hard werken is goed voor je. Hangt ook samen met die ledigheid, natuurlijk.
Maar ik dwaal af. Het album Des duivels oorkussen dusch. De plaat die ze opnamen nadat ze een jaartje uit elkaar waren geweest. En zoals dat gaat, en ook hoort bij reünies, het leidde allemaal nergens toe. Nog een jaar laten was het definitief voorbij. Arbeid Adelt! kende een paar jaar geleden nog een kleine (internationale) opleving, qua faam dan, doordat 2 Many DJ's hun track "Death Disco" (een cover van PILs "Fodderstompf") gebruikte voor "2 Many dj's, Soul Wax pt.2".
Ik heb verder weinig met dit nummer, noch met Arbeid Adelt!, hoewel ik ook nog de lp Le chagrin en quatre-vingts heb en "Lekker westers" een heel leuk nummer vind. En Marcel Vanthilt is een buurman, zo'n beetje. Een vriendin zei me dat hij vindt dat mensen malkander weer moeten groeten op straat, dus de keer daarop dat ik hem tegenkwam terwijl hij die hele harige hond van hem uitliet, zei ik "dag meneer Vanthilt", maar hij hoorde me niet, denk ik. Hij zei in ieder geval niks terug. Hij zag er nogal slaperig uit.
Hier nog dat filmpje van eerder:
7-inch serie, deel 16
(Deel 15: hiero)
Jo Apps - Kausikan
label: Planet Mu
jaar: 2006
kant a:
kant a:
kant b:
kant b:
myspace.com/joapps
Ik vond dit singeltje toen ik al bijna aan het afrekenen was. Nooit van gehoord, maar het is uitgebracht op Planet Mu dus wilde ik het wel horen. Een fijn midtempo dingetje op de a-kant met een zware beat, een nog zwaardere bass en een hoop gepiep en getingel, en een hortende en stotende uptempo breakbeat met mooie pianosample en duistere atmosfeer op de b-kant - wat kan een mens zich nog meer wensen?
Wat denk je van een lome stomper op de a-kant met een zware beat, een nog zwaardere bass en een hoop gepiep en getingel, en een hortende en stotende midtempo breakbeat met mooie pianosample en duistere atmosfeer op de b-kant? Want jawel, deze single klinkt goed op zowel 45 als 33 toeren! Dat is nog eens waar voor je geld. De 33rpm-versie is de originelemaar ik weet niet welke mijn favoriete is, of wordt. Hangt af van de bui denk ik. De tijd zal het leren.
Het is de eerste single van Jo Apps, en haar eerste release tout court. Hiervoor heeft ze alleen van zich laten horen als zangeres, op de albums Higgins Ultra Low Track Glue Funk Hits 1972 - 2006 van Venetian Snares, en Lycanthropy en Wind in the Wires van Patrick Wolf. Ze schijnt ook te deejayen, her en der.
7-inch serie, deel 15
(Deel 14: hiero)
The Apemen - Invasion of The Apemen
label: Kogar
jaar: 1993
kant a 1:
kant a 2:
kant b 1:
kant b 2:
The Apemen - El Tortura
label: Estrus
jaar: 1994
kant a:
kant b:
Twee singeltjes van de Nederlandse band The Apemen, het enige plaatwerk dat ik van ze heb. Als ik de discografie van de jongens bekijk komen er weer veel herinneringen boven aan de tijd dat ik voor de Westfriese platendistributeur en zijn Spaanse dochter werkte. Ik heb ze gekocht in die periode, en vooral in Madrid hing ik veel in tenten rond waar de vuigere rock-'n-roll, surf en garage klonk, zoals min of meer beschreven in De trip.
Op deze singles zat Dave "El Porro", die ik later zelf heb leren kennen, nog niet bij de groep. Surf was op dat moment überhip, maar The Apemen waren er al een tijdje mee bezig. En zoals dat altijd gaat, werden niet zij wereldberoemd in Nederland maar de Treble Spankers. Niet dat die niet goed waren, integendeel, maar de hoeveelheid faam was oneerlijk verdeeld, volgens henzelf vooral te wijten aan het feit dat ze uit Tilburg kwamen en niet uit Amsterdam. En dat terwijl ze minstens zo arrogant waren als bands uit de hoofdstad!
Het Estrussingeltje is mijn favoriet van deze twee, en dan vooral "El Tortura", dat voor mij precies de juiste snelheid en sfeer heeft. Een beetje zoals de scène in Pulp Fiction (de film die surf zo überhip maakte) waarin Vincent Vega net een shotje van die fijne Mexicaanse topheroïne heeft genomen en in zijn drop top Caddie door Los Angeles glijdt (muziek: "Bullwinkle Part II" van The Centurians). Het geluid van de bong vind ik verrassend, want ik associeer surf helemaal niet met blowen. Ook niet met heroïne, trouwens, meer met speed. Ik bedoel, anders zou men toch wel "surf's down" stamelen in plaats van "surf's up!" te roepen. Of zeg ik nu iets geks? "El Porro", de bijnaam van bassist Dave, betekent wel "de joint" in het Spaans, dus wellicht heb ik het verkeerd.
Overigens kom ik er nu dus achter dat ze vorige maand hun laatste concert hebben gespeeld. Hier in Beglië nog wel. Foto's hiero.
7-inch serie, deel 14
(Deel 13: hiero)
Marc Almond - Tears Run Rings
label: Parlophone
jaar: 1988
kant a:
kant b:
Deze single brengt me terug naar de vrijdagavonden in 't Koetshuis in Etten-Leur, waar ik plaatjes draaide. Iedere vrijdagmiddag ging ik naar MU2000 om een zestal singeltjes te kopen die in de top40 stonden. Het was iedere week weer een innerlijke strijd tussen "wat zal het goed doen" en "wat vind ik leuk". Nu was er niet zo gek veel keuze wat dat laatste betreft, het was tenslotte de top40. Maar soms zat er wel iets fatsoenlijks tussen de Rick Astleys en Samantha Foxes.
Zoals deze single van Marc Almond. In de top40, maar toch cool genoeg voor de "underground"liefhebbers zoals ikzelf. Hee, ik was achttien, geef me een pauze.
De b-kant vind ik dan weer behoorlijk slecht.
De video's kan ik me helemaal niet herinneren. Ik vraag me af waarom er verschillende versies zijn gemaakt. Iemand?
7-inch serie, deel 13
(Deel 12: hiero)
Drie voor de prijs van één! Ik heb besloten de singles in mijn collectie van dezelfde band in één aflevering te stoppen. Lange halen snel thuis, of zoiets.
The Afghan Whigs/Ass Ponys - Mr. Superlove/You My Flower
label: Mono Cat
jaar: 1990
kant a:
kant b:
Splitsingles, heerlijk. En helemaal als de bands elkaars nummers spelen. The Afghan Whigs, en met name bandleider Greg Dulli, hebben een speciale voorliefde voor het coveren van andermans songs. Op de singeltjes en e.p.'s staan meestal wel een paar covers, en live was het ook altijd raak. Meestal gaat het om (verrassende) soulcovers, van The Supremes of Sam Cooke, bijvoorbeeld. Dulli doet dat ook met zijn huidige band The Twilight Singers. Zo staat op de vorig jaar uitgekomen e.p. A Stitch in Time een versie van "flashback" van Fat Freddy's Drop, een ander favorietje van me.
Ik vind Greg Dulli geweldig. Ik had nog nooit van The Afghan Whigs gehoord toen ik ze begin jaren negentig in 't Patronaat in Haarlem zag. Ik was meegetroond door mijn radiomaatje Russell Porter, die er zelf was op uitnodiging van de promodame van de platendistributeur waar ik enkele jaren zelf voor zou gaan werken. Volgens mij waren er nog een aantal Sub Popbands, maar de Whigs zijn me als enige bijgebleven. Geweldig optreden, Greg Dulli was en is een zeer intense podiumpersoonlijkheid.
Ik heb ze daarna nog een paar keer gezien, en een paar maanden geleden ben ik met het meisje nog naar The Twilight Singers gaan kijken. Hij blijft goed, onze Greg, en dan heb je er Mark Lanegan vaak nog gratis bij.
The Afghan Whigs - Turn on the Water
label: Sub Pop
jaar: 1992
kant a:
kant b:
De a-kant staat ook op hun album Congregation, maar het is de b-kant waar ik van houd. "Miles Iz Ded" is de perfecte Afghan Whigssong, vol pathos, vette gitaren en Greg Dulli die de longen uit zijn lijf zingt, een tikje vals en daardoor zo mooi. Ooh, babeh. Gezellige videoclip erbij, ook.
The Afghan Whigs - Gentlemen
label: Blast First
jaar: 1993
kant a:
kant b:
Nog zo'n nummer dat het bandgeluid definieert. "Gentlemen" is het titelnummer van de vierde lp, de eerste op het major label Elektra. Het is ook mijn favoriete Whigsalbum, grijsgedraaid ten huize Lubacov, dat kan ik u vertellen.
De b-kant is dezelfde versie als op de splitsingle met Ass Ponys, wat dan wel weer jammer is.
Radio Lubacov

Een nieuwe Radio Lubacov in de podcast of per download.
Speellijst:
Quantic ft. Alice Russell - The Sound of Everything (Watch TV & Señorlobo Reprise) [Marula Soul Food]
K'Bonus - State of Mind (Ed Royal & DJ Enne Remix) [Eighttrack]
Akoya Afrobeat Ensemble - U.S.A. Unilateral System of Attack [Afrobomb]
Los Hermanos Latinos - Cumbia Skank [LHL]
Watch TV & The Prime Times - Extra! [HiTop]
Red Astaire - Mambo El Kingston [Gamm]
Monkey Steak - Toxic RIP VIP [Death $ucker]
Kode9 + The Spaceape - Curious [Hyperdub]
Jeff Sharel - Nyabinghis [Statra]
Io Sui & La Resistance ft. The Ragga Twins - Bring 4th Ya Booty (Oldskool Junx's Bunny Remix) [Mob]
Lady Sovereign - A Little Bit of Shhh [Chocolate Industries]
Juju - Message [Narco Hz]
7-inch serie, deel 12
(Deel 11: hiero)
Aerosmith - Rag Doll
label: Geffen
jaar: 1988
kant a:
kant b:
Dit is zo'n single waarvan ik eigenlijk niet weet waarom ik hem heb. Ik kan me bijna niet voorstellen dat ik hem gekocht heb, want ik vind het niet goed. Dat typische drumgeluid dat dit soort rockbands had in de jaren tachtig, verschrikkelijk vind ik dat. Die hele productie, zo bombastisch, brrr. En sowieso de hele zanglijn, de melodie, nee, nee, nee. Zo'n nummer waarop de Ettense huisvrouwen op zaterdagavond in Café De Klomp hun haar losgooien en met een flesje bier in de ene hand en een peuk in de andere de dansvloer oplopen. "Vink toch zo'n lekkere vent, die zangerd", zeggen ze dan. (Ik heb het videoclipje nog eens bekeken, en aan het einde zie je dus allemaal, niet per se Ettense, huisvrouwen naar buiten lopen om Breedbekkikkertje in zijn mooie glimmende bolide hartstochtelijk uit te zwaaien. Zie je wel!)
Ik heb Aerosmith nooit zo gevolgd, ken alleen de hitjes, en daar vind ik meestal hetzelfde van als van deze single. De videoclips waren dan soms weer wel goed, voornamelijk vanwege de grieten die erin voorkwamen, zoals de dochter van de zanger. Ongelofelijk dat uit zo'n lelijke draak als Steven Tyler zoiets moois als Liv kon voortkomen.
De b-kant, ook weer zo'n pompeuze track, hoewel ik hem wel beter vind dan "Rag Doll".
Naar het schijnt zijn de vroege albums van Aerosmith wel goed, maar ik heb er dus nooit moeite voor gedaan. Zelfs niet toen R.E.M. "Toys in the Attic" coverde voor Dead Letter Office. Ik weet nog dat ik dacht "als R.E.M. ze covert, wie ben ik dan om Aerosmith niet goed te vinden?", maar dat duurde niet lang. Die single met Run DMC heb ik ook nooit zo begrepen. Het is even leuk, totdat die Tyler zijn grote scheur opentrekt en me met zijn haardos het zicht belemmert.
De videoclip staat uiteraard op YouTube. Check die jarentachtigesthetiek en huiver. De overdreven aangezette kleuren, de kontloze, graatmagere (dat gaat vaak samen, ik geef het toe) vrouwen, de rook in combinatie met belichting (zoals in 48 Hours als ze Gantz bijna hebben), het haar. Zo veel haar!
7-inch serie, deel 11
(Deel 10: hiero)
The Aboriginals - Girl Meets Boy
label: Kelt
jaar: 1987
kant a 1:
kant a 2:
kant b 1:
kant b 2:
Ik kan me nog een "interview" herinneren dat ik met dit viertal deed op Amsterdam FM, waar ik een programma presenteerde begin jaren negentig. Ik had me nauwelijks voorbereid, omdat ik het bij interviews altijd op het gesprek laat aankomen, erop vertrouwend dat de tongen vanzelf wel loskomen. Maar dan moet de geïnterviewde wel in een praatgrage bui zijn, en dat waren de vier niet, die middag. De moed was me al in de schoenen gezonken toen ze binnen waren gekomen. Meer dan een zuinig "hallo" en een zwak handje kon er niet af. Nu vond ik hun muziek leuk (ze hadden net hun debuutalbum uitgebracht) en Geert de bassist was een held, want ook bassist geweest bij Fatal Flowers (of hij toen al bij Claw Boys Claw, een andere favoriete band van me, zat, weet ik niet meer), dus ik hoopte toch dat het wel goed zou komen.
Maar het kwam niet goed. Hun zwijgzaamheid, of misschien was het wel verlegenheid, hoewel ik daar volgens mij geen aanleiding toe gaf, ik bedoel, ik was maar een broekie met een slecht beluisterd muziekprogramma op de lokale radio. Hun zwijgzaamheid dus, had op mijn gesprekopgangbrengend vermogen een verwoestende werking. Ik klapte dicht, en stelde alleen stomme vragen, type "hoe werken jullie in de studio?" of "hoe komen jullie songs tot stand?". Precies de vragen waar ik eigenlijk een hekel aan heb omdat iedereen ze stelt, en dus niks toevoegen aan wat men al weten kan. De band werkte ook niet echt inspirerend, doordat de leden bij iedere vraag een spelletje "wie het eerste zijn mond opentrekt is een sukkel" deden, en de uiteindelijke sukkel van dienst deed zijn of haar uiterste best om zo min mogelijk woorden te gebruiken om een antwoord te formuleren.
Maar op dat moment gaf ik enkel mijzelf de schuld. Ik zweette peentjes achter de microfoon en mengtafel (want ik deed zelf de techniek). Tot overmaat van ramp zette ik het interne geluid van hun microfoons aan terwijl er een plaat speelde, om te horen wat ze zeiden tegen elkaar. Zij zaten namelijk in zo'n geluidsdicht aquarium, en ik zat aan de andere kant van het raam. En natuurlijk hoorde ik Marieke de toetseniste nog net zeggen "hij heeft helemaal niks voorbereid, dat is toch wel het minste wat je kunt doen als je een band gaat interviewen" of iets in die geest. Ik zette meteen dat knopje weer uit, kreeg een enorme boei en dacht "oh god ze zien mijn rooie kop en nu weten ze natuurlijk dat ik die microfoon aan heb gezet oh god oh god wanneer houdt dit op?", waarna ik nog roder werd.
Enfin, dat was dus één doffe ellende. Het was de eerste keer dat me zoiets overkwam (niet de laatste) en ik heb me nog dagen vreselijk gevoeld, schaamde me dood. En ik vond het nog wel zo'n leuk bandje. Ik kwam ze later natuurlijk overal tegen bij optredens van andere bandjes in het Amsterdamse, en als ik ze dan groette kreeg ik een wat zurig "hallo" terug, met zo'n misprijzende blik erbij. "Jij bent die sukkel die het niet nodig vond je voor te bereiden op het interview dat je met ons deed. Lul, jullie medialui zijn allemaal hetzelfde. Mislukte muzikanten zijn jullie, die niets beters te doen hebben dan mensen die wel een noot kunnen spelen te kakken zetten, uit pure frustratie om je eigen falen. Loser." Of ik dacht dat toch te lezen in hun ogen.
Over de band zelf is hoegenaamd niets terug te vinden op het interweb. Een biopagina zonder bio bij het NPI, wat releasedata op de site van Da Capo/Kelt en een vermelding op een playlist van Radio Mortale. Er is een meubelmakerij die de naam draagt van toetseniste Marieke Koet, en Bart Vleming (die op dit singeltje drumt, maar op de eerdergenoemde lp niet, en dus ook niet bij dat interview was) heeft later met Bob Fosko in Hakkûhbar gezeten en een liedje gemaakt voor de SP, en was bovendien Boom Boom Bart in de videofilm Vet Heftig - de video. Tenminste, ik denk dat dat dezelfde Bart Vleming is.
Als ik mijn vriend Frank niet gebeld had, zou ik niet geweten hebben dat The Aboriginals nog bestaan. Drummer Wouter Overhaus, die dus niet op dit singeltje drumt maar wel op het debuutalbum, en bijgevolg aanwezig was bij het interview, is namelijk de man achter Van Gog, waar Frank ook werkt. Frank vertelde me dat ze vorig jaar nog een cd hebben uitgebracht, en dat Nanne van der Linden nog altijd de zanger is, en Marieke de bassiste. Waarom is daar niks over te vinden op het net? Zelfs geen MySpace. Iederéén heeft toch een MySpace? Zelfs ík heb een MySpace.
Wat ik dan wel weer heel stoer vind. Twintig jaar bestaan als band en onvindbaar zijn in cyberspace. Het kán dus wel.
7-inch serie, deel 10
(Deel 9: hiero)
The A-Bones - The Claw
label: Norton
jaar: 1993
kant a:
kant b:
www.myspace.com/theabones
Dit is de tweede single van The A-Bones, gekocht toen ik bij een platendistributeur werkte in West-Friesland die dit soort muziek met containers tegelijk uit Amerika haalde. De band is voor mij onlosmakelijk verbonden met mijn toenmalige collega Bertus Kor, maar een echte reden daarvoor is er niet. Hij vond het een hele goede band, maar dat vonden er meer daar. Ik ook, hoewel dit singeltje het enige is dat ik van ze heb.
The A-Bones is de huisband van het label Norton, oorspronkelijk "opgericht" voor één feestje. Maar dat beviel blijkbaar en zie. Een van de oprichters is overigens Mike Mariconda, die een jaar later The Raunch Hands vormde. Drumster Miriam Linna (die de eerste drumster van The Cramps was) en zanger Billy Miller zwaaien de scepter over het label, en leden van de groep spelen op verschillende platen van andere Nortonbands mee, zoals Andre Williams (woe!) en Flamin' Groovies' Roy Looney. In 1994 leek het of ze uit elkaar gingen maar vier jaar later waren ze weer terug.
Ik hou van dit soort rock-'n-roll. De referenties aan en esthetiek van de horror- en andere b-films uit de jaren vijftig en zestig, het oergevoel dat het oproept. Die rauwheid is eigenlijk wat ik altijd zoek in muziek. Het hoeft er niet per se in te zitten wil ik het goed vinden, maar het is wel een pre.
7-inch serie, deel 9
(Deel 8: hiero)
The A-10 - Legalize It
label: Munster
jaar: 1994
kant a:
kant b:
Een behoorlijk slechte en dus overbodige versie van Peter Tosh' origineel door The A-10, de punkrockband die in Italië een legende is. De zanger is niet een Italiaan maar een Engelsman die in Madrid woonde, en wel Lee Robinson, over wie ik naar aanleiding van zijn dood in 2001 nog een stukje schreef.
Uitgebracht door Munster, een label waar ik ooit nog nauwe banden mee had die rap doorgesneden werden toen de labelbaas erachter kwam dat zijn vriendin de warme belangstelling die ik voor haar koesterde meer dan alleen maar op prijs stelde. Zo kan dat soms gaan. Ik vond (en vind) de man een enorme klootzak dus ik kon er niet zo mee zitten.
Maar ik dwaal af. De b-kant vind ik nog wel okee, maar eigenlijk was The A-10 een band [opgepast! Cliché in aantocht!] die je live moest zien. Lee Robinson was een zeer intense frontman en een podiumbeest dat zijn grote voorbeeld Iggy Pop, zonder overdrijven, flink naar de kroon stak.
De fantastische ritmesectie van de band bestond uit de broertjes Romano en Pippo Pasquini, die tegenwoordig in Sonic Assassin zitten en zo te horen nog niets van hun vuur verloren hebben.
7-inch serie, deel 8
(Deel 7: hiero)
1999
label: Versatile
jaar: 1999
kant a:
kant b: er is geen kant b
www.versatilerecords.com
Niet eens echt een liedje, gewoon een nieuwjaarswens van de mensen van het Franse label Versatile. Een gebbetje, maar wel op mooi groen doorzichtig vinyl, en op de b-kant het opgedrukte "1999 Bonne Année".
En omdat dit een niemendalletje is, doe ik er nog een singeltje bij. Ik heb toch een vrije dag en de engelen legen de hele dag hun blaas al, de hufters.
A Tribe Called Quest - Bonita Applebum
label: Jive
jaar: 1990
kant a: Bonita Applebum (Slave Edit)
kant b: Bonita Applebum (Why? Edit)
www.atribecalledquest.com
Het origineel hiervan staat op het debuutalbum People's Instinctive Travels and the Paths of Rhythm, en jawel, het is een andere versie dan deze twee. Zomotta. Op de "Slave Edit" wordt een sample gebruikt uit het titelnummer van Grace Jones' klassieke album Slave to the Rhythm, terwijl in de "Why? Edit" een stukje van "Why" zit van Carly Simon. De remixen zijn het werk van CJ Mackintosh, die samen met o.a. leden van de bands Colourbox en A.R. Kane in het eenmalige project M/A/R/R/S zat, u weet wel, van "Pump up the Volume".
Ik haat het als journo's termen als "intelligent" koppelen aan muziekgenres. Van A Tribe Called Quest wordt in muzieknaslagwerken vaak gezegd dat ze "intelligente hiphop" maakten. "Intelligent techno", of "intelligent dance music", nog zoiets. Wat ze bedoelen is natuurlijk dat zij, smerige rockisten die ze zijn, niet verwacht hadden dat ze zoiets volks en bijelkaargejats als hiphop of dansmuziek ook mooi of goed konden vinden. "Dan móet het wel op een intelligentere manier gemaakt zijn dan die andere groepjes doen", denken ze dan. Denk ik. Want een andere reden voor zo'n stompzinnige genrenaam kan ik eigenlijk niet bedenken.
Maar ik dwaal af. Ik weet niet meer wanneer ik dit singeltje heb gekocht. Vermoedelijk in de tijd dat het uitkwam en ik wekelijks in de Dance Arena in de Melkweg hing om de idioot uit te hangen op de intelligente dansplaatjes die Kees King en Robbert Steer cs draaiden. Mooi was die tijd.
Hier is de videoclip van de albumversie, waarin trouwens het woord "prophylactics" wordt verhaspeld. Gekke Yanks.
7-inch serie, deel 7
(Deel 6: hiero)
808 State - Ooops
label: ZTT
jaar: 1991
kant a:
kant b:
www.808state.com
808 State, toen A Guy Called Gerald er al een tijdje niet meer bij zat. Björk (tut in een jurk zeiden ze vroeger bij OOR altijd) toen ze nog enigszins uitstaanbaar was zingt hierop. Ik heb verder geen speciale gevoelens voor dit liedje, hoewel ik het wel een leuk nummer vind. Vooral de dramatische gitaarlijn hoor ik graag.
De groep bestaat nog altijd, met Graham Massey als enige overgebleven origineel lid. Hoewel het nooit echt een vaste band geweest is - er hebben heel wat mensen meegewerkt aan de verschillende releases, zoals deze juffrouw Guðmundsdóttir en New Orderaar Bernard Sumner.
Graham Massey's project Massonix bracht in december 2006 het album Subtracks uit, en volgens de 808 State-website gaan de ZTT-albums opnieuw uitgebracht worden.
Hier is nog een live uitvoering, de "Iceland Version":
7-inch serie, deel 6
(Deel 5: hiero)
713avo Amor - Limosna para morir
label: Subterfuge
jaar: 1992
kant a:
kant b:
713avo Amor was een behoorlijk obscuur groepje uit Málaga, een beetje arty farty noisy rocky, maar wel goed. In Spanje had je een hoop van dat soort groepen in de jaren tachtig en vroege jaren negentig. De band was opgericht door Carlos Desastre en Emilio Salvatierra en wisselde in de zes jaar van haar bestaan verder geregeld van samenstelling. Behalve dit singeltje heb ik nog een lp van ze. Ik luister hiernaar met de mengeling van plaatsvervangende schaamte en bewondering die ik altijd heb bij dit soort bands. Eigenlijk vind ik dat ze zich niet zo aan moeten stellen maar ik vind het stiekem toch behoorlijk goed.
De teksten zijn nogal dramatisch, of eigenlijk gewoon lachwekkend, type
er is een vis die niet stinkt
binnen in mijn (verrotte) lift van angst
er zijn duizend puinhopen
bovenop mijn ziel
Je vóelt gewoon dat die man geleden heeft.
Wat ik verder ook leuk vind is de DIY-mentaliteit, de liefde voor de muziek en alles wat ermee samenhangt. De verzorging van het hoesje, de inlay (klik hier voor de voorkant, hier voor de achterkant). Altijd punten extra in mijn boekje.
7-inch serie, deel 5
(Deel 4: hiero)
10cc - Feel the Love
label: Mercury
jaar: 1983
kant a:
kant b:
10cc wiki
Ook hier weer een videoclip die indruk heeft gemaakt. Ik vond hem nogal stom, want jarentachtigs lelijk. Ik heb dat echt nooit mooi gevonden, de esthetiek van die tijd, toen niet en nu ook niet. Wie heeft ooit bedacht dat beenwarmers in het straatbeeld moesten? Of schoudervullingen? Of pastelkleurige colbertjes? En wie heeft bedacht dat kniebroeken en laarzen mode moesten worden? Wie? Wie?
Maar ik dwaal af. Die video dus. Bijgebleven. Ik snapte niet wat tennis nou met liefde te maken had. Het grapje is behoorlijk flauw, moet ik zeggen. Ook heb ik altijd in mijn achterhoofd gehad dat Godley & Creme er iets mee te maken hadden, hoewel er altijd een andere stem was die zei "neeje, die waren toen allang weg bij 10cc man". En zie wat ik vandaag op YouTube vind:
10cc and a track called Feel The Love from 1982. This video was directed by ex-band members Godley and Creme who had become video directors in their own right.
They seem to have invented the "boxer dance" long before Joeboxer was even thought of!
Aha!
Ik denk dat ik het singeltje gekocht heb bij de MU2000, de enige platenzaak die Etten-Leur rijk was. Ik vind het eigenlijk niet eens zo'n goed nummer, wat me doet denken dat ik het vooral gekocht heb omdat het van 10cc was en ik "Dreadlock Holiday" zo leuk vond.
7-inch serie, deel 4
(Deel 3: hiero)
10cc - Dreadlock Holiday
label: Mercury
jaar: 1978
kant a:
kant b:
10cc wiki
Mijn allereerste singeltje, cadeau gekregen voor mijn achtste of negende verjaardag van oom Richard, mijn moeders jongste broer, en zijn vriendin Vera. Ik was altijd stiekem verliefd op tante Vera, en ik verdenk mijn broer Ed van hetzelfde. Ze was zo mooi en lief en ze rook altijd naar een bedwelmende parfum.
Maar ik dwaal af. Eerste singeltje, dus. Voor op mijn nieuwe platenspeler. Dat was een oranje koffertje dat je overal mee naartoe kon nemen. Het deksel bestond uit de twee speakers, die kon je loskoppelen van het draaitafelgedeelte en aan weerszijden daarvan neerzetten. Geweldig ding. Een tijd later kregen Ed en ik een keer ruzie over het ding, en pa was het zo zat dat hij het in tweeën brak. "Zo, nou kan niemand er meer mee spelen." Als ik het zo opschrijf klinkt het heel naar, maar zo erg was het niet hoor. Ja, het was wel erg natuurlijk dat ik geen platenspeler meer had, maar volgens mij konden Ed en ik het bloed behoorlijk onder mijn ouders' nagels halen. Geef mij zo'n stel etters zeg, in de Schelde d'rmee.
Maar ik dwaal af. Eerste singeltje, dus. Ik weet nog dat ik geïntrigeerd was door de videoclip die erbij hoorde.
En dan vooral door het gedeelte met die vrouw. Ik snapte er verder niet veel van, door de manier waarop die gast liep en gekleed ging dacht ik dat hij homo was (in Etten-Leur, waar ik toen woonde, ging men niet zo flamboyant gekleed, moet je weten), maar hij ging dan toch met die vrouw. En wat ik ook niet begreep is dat hij rustig een piña colada ging zitten drinken toen hij net beroofd was. En dat hij zong dat hij Jamaica niet leuk vond, maar wel van haar hield.
De mysteries des levens.
De b-kant vond ik ook leuk, zo rauw, en zo anders dan de a-kant. Ik heb nog een ander singeltje van 10cc, maar verder heb ik nooit echt onderzoek gedaan naar de groep. Ik ken alleen de hitjes, geen albums, hoewel ik er wel een in de kast heb staan geloof ik. Zo'n plaat die bij een collectie van iemand zat die hem bij het grof vuil wilde zetten, waar ik hem dan van heb weerhouden. Toch eens luisteren.
7-inch serie, deel 3
(Deel 2: hiero)
The 5, 6, 7, 8's - I Walk Like Jayne Mansfield
label: Estrus
jaar: 1994
kant a:
kant b:
www.the5678s.net
Ach, mooi he, zo'n gekleurd singeltje? Ik krijg het er helemaal warm van. En dan ook nog met een oranje label. Oh, baby.
Gekocht in dezelfde tijd als de '68 Comebacks van de vorige twee afleveringen. Japanse meisjesrock-'n-rollgroepen heersen.
Ze staan met een ander nummer op de soundtrack van Kill Bill 1, maar ik vind deze leuker omdat ze er zo grappig op zingt. Op YouTube staat een filmpje waarin ze het live spelen, opgenomen op de Kill Bill filmset:
Jayne Mansfield (klik voor filmpjes!) was overigens een Amerikaanse actrice en pin-upmodel. Volgens de Wiki won ze verschillende missverkiezingen, maar weigerde ze één titel: Miss Roquefort Cheese. Omdat het "gewoon niet goed klinkt". Dat, jongens en meisjes, vind ik nou klasse.
7-inch serie, deel 2
(Deel 1: hiero)
Nog een van de '68 Comeback. Ze doen hun naam eer aan. Haha, leuk grapje, daarnet.
'68 Comeback Do "The Rub"
label: Bag of Hammers
jaar: 1994
kant a:
kant b:
Hij kan zo lekker lullen he, die Evans. Vooral op de b-kant, "Cadillac Man". Op het label van de single staat bij dit nummer vermeld: From Marjoe Soundtrack © 1972. Er is in '72 een documentaire gemaakt over een man genaamd Marjoe Gortner, die in Amerika nogal beroemd was als schreeuwende evangelist. In die documentaire ontmaskert hij zichzelf als neppert.
Op YouTube zijn een aantal filmpjes over de man te vinden, hier is er alvast een.
7-inch serie, deel 1
Ik heb een vinylfetish, u allen waarschijnlijk niet onbekend. Ik koop geen cd's, of toch heel, heel zelden. Ook al is het vaak stukken duurder, van een album dat ik wil hebben koop ik de vinylversie. Als er geen vinylversie is, dan is de kans zeer groot dat ik het bij mijn gedownloade versie houd. Fuck 'em, dan moeten ze maar een vinylversie uitbrengen.
Gelukkig brengen de meeste van de artiesten waar ik platen van koop hun werk gewoon op vinyl uit. Behalve Amy Winehouse. Wat de neuk is op met dat?
Maar goed.
Van alle vinylformaten vind ik de 7-inch de mooiste. Ik heb een zwakke plek voor de 7-inch. Als ik platen ga kopen, normaal gesproken aan het begin van de maand als mijn salaris nog onaangeroerd op mijn bankrekening staat, dan leg ik de stapel albums en 12-inches bij de verkoper neer. "Deze wil ik meenemen", zeg ik dan. Terwijl de verkoper dan de catalogusnummers en prijzen noteert, ga ik altijd even door de bak met singeltjes, en verdomd als het niet waar is, ik sneak er altijd een paar tussen. Dan kijkt de verkoper, die natuurlijk net de optelsom gemaakt heeft, me even verwijtend aan. Heel even maar, maar ik zie je heus wel hoor. Hee, het is jouw nering gozer, graag of niet.
Het is zelfs zo erg dat ik vaak singeltjes koop die ik eigenlijk niet goed genoeg vind om te kopen, maar het toch doe omdat het een 7-inch singeltje is. Vooral als het om een picture disc gaat, of gekleurd vinyl. Of dat ik een singeltje koop met nummers erop die ik al heb, albumtracks of zo. Ziek, eigenlijk. Hoewel ik het wel schandelijk vind als artiesten, of hun labels, ordinaire albumtracks op 7-inch uitbrengen. Dat ze dan op zijn minst speciale versies exclusief op zo'n single zetten, of nummers die niet op de lp staan.
In mijn collectie heb ik de singeltjes allemaal in schoenendozen staan. Ik neem me al jaren voor om speciale bakken in elkaar te knutselen met hout en spijkers en zo, maar ik ben niet zo'n timmerman. Schoenendozen dus.
Ze staan gerangschikt op alfabet, vijf schoenendozen vol. Eén doos bevat de 7-inches die ik geregeld in mijn platentas stop om te draaien, dus grofweg zou je kunnen zeggen dat er een doos met dansplaatjes is en vier met niet-dansplaatjes. Wat natuurlijk gelul is, want er zitten genoeg singles tussen waar je op kunt dansen, maar goed.
Ik heb besloten om mijn inner nerd op te diepen en al mijn 7-inches te rippen en te posten hier op Chezlubacov. Zo hoor ik ze weer eens, en kunt u delen in de rijkdom.
Ik zal proberen er iedere dag een te doen. Op die manier wordt deze pagina de komende twee jaar iedere dag geüpdated, dat zou wat zijn zeg.
Ik begin vooraan, bij de bandnamen die met een cijfer beginnen. Als het om miniverzamelaars gaat, dan neem ik de titel van de verzamelaar als bandnaam, anders krijg je allemaal van die variousartists-titels, en daar houd ik niet van.
'68 Comeback - High School Confidential
label: PCP
jaar: 1995
kant a:
kant b:
Typisch zo'n singeltje dat ik gekocht heb zonder het ook maar te luisteren. Ik kende de '68 Comeback en ik dacht dat het niet mis kon. Bovendien had ik toen 20% medewerkerskorting (ik werkte bij een platenimporteur en -distributeur in Madrid), dus het kostte geen drol.
Genoemd naar de '68 Comeback Special, een tv-special gewijd aan Elvis Presley op de NBC in 1968. Tenminste, daar ga ik van uit. Opgericht door Monsieur Jeffrey Evans van de Gibson Bros, met leden van The Gories, Gloryhole, The Red Devils en Monster Truck 005. Gewoon ongecompliceerde rock-'n-roll door mannen die er zin in hebben. Tussen 1992 en 1999 waren er verschillende bezettingswisselingen en bracht de groep een hoop singles en een handvol albums uit. Monsieur Jeffrey Evans bracht in 2001 de solo-lp I've Lived a Rich Life uit, en speelt nu in The Memphis Roadmasters. Daarnaast speelt hij veel met andere gasten type The Bassholes en The Oblivians.
Eagles Of Death Metal

Rokkenfukkinrol gisteravond in de AB.
Jammer dat ik niet meer geloof dat artiesten ook zonder het skigebeuren in de backstage zo enthousiast kunnen zijn.
Maar toch, zoals het meisje zei, geen opsmuk, gewoon spelen en lol trappen op het podium. Meer moet dat niet zijn.